Struikelstenen in Deventer

biografie door Johan van der Veen (1) 

Jeugd in Oene 

Aalbert Jan GerritsenAalbert Jan Gerritsen werd op 9 maart 1890 in Oene (gemeente Epe) geboren. Hij was de jongste zoon van Hendrik Gerritsen en Lijsje van den Breem. Zijn vader was bakker van beroep. Toen hij werd geboren, leefden er nog twee zussen. Drie zusjes waren al overleden. 

Het gezin 

Op 5 april 1913 huwt Aalbert Jan in Epe met de negentienjarige Petronella de Weerd. Aalbert Jan is dan spoorwegarbeider. Zijn vrouw heeft geen beroep. Zijn vader is op dat moment nachtwacht, zijn schoonvader kastelein. Na hun huwelijk vestigen zij zich in Leusden. Daar wordt op 26 augustus 1913 de oudste zoon Hendrik (Hennie) Reinardus geboren.  

Op 26 januari 1914 vestigt het gezin zich op het adres Eendrachtstraat 14 te Deventer. In 1915 verhuizen ze naar Eendrachtstraat 1. Volgens het bevolkingsregister is Aalbert Jan op het moment van vestiging in Deventer bakkersbediende. Waarschijnlijk is hij dan al werkzaam bij coöperatie Ons Belang. In Deventer wordt op 12 april 1916 Berend (Bé) geboren. De gezinskaart van de familie Gerritsen, die van na 1919 dateert, geeft nog wat meer informatie: het beroep van Aalbert Jan is bakker. Verder zien we dat Hennie in december 1929 naar Vlissingen vertrekt om op de zeevaartschool de opleiding tot machinist te gaan volgen. In 1933 vertrekt hij voor een periode van bijna 4 jaar naar Nederlands-Oost-Indië. Bé wordt zelfstandig rijwielhersteller. In de jaren dertig heeft hij een zaak op het Emmaplein en op het adres Eendrachtstraat 1. Hij verkoopt ook motoren. 

Volksvertegenwoordiger 

Bij de raadsverkiezingen op 22 mei 1919 werd de lijst van de CPH (Communistische Partij Holland) aangevoerd door Willem van Winsum. Gerritsen stond op de derde plaats. De CPH behaalde 292 stemmen. Door een lijstverbinding met de Socialistische Partij onder leiding van Roebers hing het erom of de SP een vierde zetel zou krijgen of dat deze zetel naar Van Winsum zou gaan. Uiteindelijk werd de zetel aan de SP toegewezen. 

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1923 behaalde de CPH met Van Winsum als lijstrekker één zetel. Gerritsen stond op nummer 2 van de kandidatenlijst, zijn vrouw op de 5e plaats. 

C P HIn mei 1926 trad Van Winsum tussentijds af. Aalbert Jan Gerritsen volgde hem op. Hij zou tot 30 juli 1940 als enige communist in de raad zitten. De raad was voor hem een podium om de idealen van zijn partij de verkondigen. Op de raadsvergadering van 26 mei 1926 gaf het nieuwe raadslid zijn visitekaartje af. Hij verzette zich als enige tegen het voorstel van het college om de ontruimingstermijn van een aantal onbewoonbaar verklaarde woningen te verlengen. Hij wilde niet dat arme gezinnen langer dan strikt noodzakelijk in onbewoonbaar verklaarde woningen moesten blijven wonen. Als voorstander van openbaar onderwijs verklaarde hij zich - wederom als enige - tegen het voorstel van het college om aan het bestuur van de Sint Bernardusscholen a. fl. 384,10 uit te keren voor de aanschaf van 23 paar gordijnen en b. drie lessenaars over te dragen, die voor een totaal bedrag van fl. 15, - nog in de gewenste kleur moesten worden geschilderd.
Gedurende zijn raadslidmaatschap stemt Gerritsen ieder jaar opnieuw tegen de begroting. De algemene beschouwingen gebruikt hij als gelegenheid om zijn standpunten over het voetlicht te brengen. 

Bij de stemming over de wethoudersposten in 1927 verlaat Gerritsen, evenals de fractieleden van de SP, demonstratief de vergadering. In 1931 grijpt hij de verkiezingen van de wethouders aan om de SDAP in felle bewoordingen aan te vallen en de programmapunten van de CPH nog eens extra te benadrukken. 

Op 9 juli 1930 haalden Gerritsen en Roebers de landelijke pers. Aalbert Jan interpelleerde de dag ervoor het college over de genomen maatregelen ter bestrijding van paratyfus. Hij was van mening dat het college te weinig op de waterleiding had gelet. Roebers, die lid was van de commissie waaronder de waterleiding viel, nam het waterleidingsbedrijf in bescherming en verweet Gerritsen op “bombarie” en “sensatie” uit te zijn. Gerritsen wierp Roebers daarop voor de voeten dat hij een dergelijke politiek voerde om zoveel mogelijk mensen naar zijn sigarenkraam op de markt, op de Brink, te krijgen. Roebers stond op en nodigde Gerritsen uit om mee naar buiten te gaan om af te rekenen. De burgemeester trachtte met luid geroffel van de voorzittershamer de orde te herstellen. Zijn woorden aan het adres van beide kemphanen gingen in het tumult verloren. Na afloop van de vergadering wisten wethouders, raadsleden en bodes te voorkomen dat Roebers verhaal ging halen. Uiteindelijk rukte deze laatste zich los om op de fiets achter Gerritsen aan te gaan. Op 23 augustus bereikte het bericht van het tumult in de raad van Deventer zelfs Nederlands-Indië. 

In 1931 werd Gerritsen lid van de Provinciale Staten van Overijssel. Zijn lidmaatschap duurde één zittingsperiode. 

Andere maatschappelijke functies 

N A SGerritsen was voorzitter van het Plaatselijk Arbeids-Secretariaat, de plaatselijke koepel van de bij het NAS (Nationaal Arbeids-Secretariaat) aangesloten bonden. In die hoedanigheid sprak hij op 1 mei 1926 op de feestelijke 1 mei-viering in gebouw Flora. 

Hij was ook voorzitter van de afdeling Deventer van de Nieuw-Malthusiaanse Bond, de voorganger van de latere NVSH. Op donderdagavond 31 mei 1934 werd er in Help U Zelven een openbare vergadering gehouden. Gerritsen zat de vergadering voor. Een hoofdagent van politie maakte er, zoals in die tijd te doen gebruikelijk was, een verslag van: 

“Als spreekster trad op mevrouw Geerlings uit Amsterdam die het onderwerp “Kinderbeperking en zedelijkheidsgevoel in Sovjet-Rusland” behandelde. Zij deelde o.m. mede dat de Russische staat deskundige voorlichting gaf tot kinderbeperking en zedelijkheidsgevoel, door aan alle fabrieken, werkplaatsen, scholen enz. dokters aan te stellen, die kosteloze voorlichting over dat onderwerp geven. Ook bestond aldaar een aborthuis, waar op verzoek van belanghebbende en met toestemming van de staat abortus werd gepleegd door deskundigen. Middelen ter voorkoming van of verstoring van zwangerschap heeft zij niet genoemd, terwijl er ook verder geen ongeregeldheden zijn voorgevallen.” 

Enkele dagen later schrijft een inspecteur van politie op dit rapport:
“Het standpunt van de Nederlandse staat is geheel tegenstrijdig aan dat van Sovjet-Rusland. Ware het besprokene zuiver wetenschappelijk dan had wel een geneesheer de verhandeling gehouden, doch thans lijkt het meer op communistische propaganda.”
Tot slot merkt hij nog op dat de recherche deze vereniging streng in de gaten moet houden. 

Volgens De Peperbus van 16 juni 1939 is Gerritsen eveneens afdelingsvoorzitter van de Arbeiders Vereniging voor Lijkverbranding, een vereniging die in 2001 opging in Yarden, penningsmeester van wielerclub Triomfator en hij is een liefhebber van kanoën en voetballen. 

Hulp aan vluchtelingen 

In 1933 komt Hitler in Duitsland aan de macht. Volgens kleinzoon Benjamin wordt het huis aan de Eendrachtstraat vanaf dat moment een schakel in een netwerk dat zowel joodse als communistische vluchtelingen uit Duitsland helpt. Benjamin herinnert zich nog goed hoe hij zich als kleine jongen in de jaren vijftig bij het spelen verborg in de schuilplaats tussen het plafond van de woonkamer en de vloer van de bovenverdieping. 

Uit de raad gezet

DD 1942 10 16 00001De Koerier uitsnedeHoewel zijn vrouw al snel na de Duitse inval een koffer pakt en hem adviseert onder te duiken, doet Aalbert Jan dit niet. 
Met ingang van de raadsvergadering van 30 juli 1940 wordt hij samen met de RSAP-raadsleden Johan Roebers, Albert Johan Gerards en Peeke Bosma uitgesloten van het raadswerk.(2) 

De Koerier van die dag vermeldt dat het raadslid Eggink afwezig was en dat de gezondheidstoestand van de burgemeester enige vooruitgang vertoonde; aan hem werd een telegram gestuurd met de wens tot een spoedig algeheel herstel. Geen woord over de afwezige raadsleden. In het officiële verslag van de raadsvergadering is naast de afwezigheid van Eggink en de gezondheidsperikelen van de burgemeester wel opgenomen dat de vier bovengenoemde raadsleden afwezig waren, omdat zij zich op last van een brief van de Commissaris der Koningin moesten onthouden van deelneming aan enige werkzaamheid van de raad. 

Gearresteerd

In de morgen van 25 juni 1941 wordt Gerritsen op zijn huisadres Eendrachtstraat 1 gearresteerd. De politie van Deventer pakt die ochtend op last van de Duitse autoriteiten in Deventer 17 “revolutionairen” op. Vanuit Apeldoorn wordt eveneens een verdachte van “communistische activiteit” overgebracht en ingesloten. In de loop van de dag worden vier van hen weer vrijgelaten. De overige veertien worden ’s avond om halfzeven door de “Ordnungspolizei” afgehaald. 

Gevangen en vermoord 

Gerritsen en zijn lotgenoten worden eerst in Kamp Schoorl geïnterneerd, daarna in Kamp Amersfoort. Daar ontmoet hij zijn zoon Bé, die op 13 oktober 1941 door dezelfde Nederlandse rechercheur is opgepakt als enige maanden daarvoor zijn vader. Zij nemen afscheid van elkaar als Bé op transport wordt gesteld naar Neuengamme. 

In de loop van 1942 vinden er in en rondom Deventer sabotageacties plaats. De daders worden door de SD gezocht in kringen van het rode verzet.
Op 15 oktober gaan voor de Duitsers bestemde voorraden bij de firma Holterman en Ten Hove verloren. Onder meer naar aanleiding van deze brandstichting besluiten de Duitsers tot represailles.
Op 16 oktober 1942 worden Gerritsen en 14 andere gevangenen op de Leusderheide bij Woudrichem gefusilleerd. Behalve Aalbert Jan Gerritsen behoren ook de Deventenaren Dirk Bannink, William van Ewijk, Daan van der Meulen en Johan Roebers tot de geëxecuteerden.

Zoon Bé overleeft de concentratiekampen Neuengamme, Natzweiler, Allach en Dachau. Na de oorlog spant hij zich tot het uiterste in voor nazislachtoffers en hun nabestaanden. 

DD 1945 10 26 AlgemeeneKoerierbegfrafenis uitsnede(1) Naast de in de tekst genoemde bronnen is gebruik gemaakt van de onderstaande bronnen en literatuur:
*Interview met Benjamin Gerritsen op 12 juni 2017;
*Gelders Archief, archief 0207, registratienummer 5012, aktenummers 63, 77, 238; registratienummer 5013, aktenummers 84, 216, 233; registratienummer 4930, aktenummers 29, 121, 176;
*Gelders Archief, archief 0207, registratienummer 9065, aktenummer 21;
*NL-DvHCO, HCO Stadsarchief Deventer, ID 1414, Bevolkingsregister Deventer, inv.nr. 2702, blad 72 (afbeelding 0074); NL-DvHCO, ID 1414, inv.nr. 348 (afbeeldingen 0334 en 0335); Kadaster Deventer, Sectie B, Perceel 4017, leggerartikel 8214, reeks 33, en leggerartikel 8517, reeks 3;
*Deventer Dagblad, 9 augustus 1938; De Peperbus, 7 juli 1939;
*R. Blom, De oude Socialistische Partij van Harm Kolthek, Delft, 2007, blz. 142; Deventer Dagblad, 23 mei 1919;
*Deventer Dagblad, 24 mei 1923;
*Deventer Dagblad, 21 mei 1926;
*Handelingen van den Raad 1926, vergadering van 26 mei, blz. 285-287, 298-299 en 351 – 352;
*Handelingen van den Raad 1927, vergadering van 6 september, blz. 518 – 22; vergadering van 12 september, blz. 538, 541 - 544; vergadering van 20 september, blz. 553;
*Handelingen van den Raad 1931, vergadering van 1 september, blz. 327 – 332;
*Handelingen van den Raad 1930, vergadering van 8 juli 1930, blz. 303 – 311;
*Algemeen Handelsblad, 9 juli 1930; Indische Courant, 23 augustus 1930;
*Deventer Dagblad, 23 en 24 april 1931;
*Deventer Dagblad, 3 mei 1926;
*NL-DvHCO, HCO Stadsarchief Deventer, ID 0759, Politie Gemeente Deventer, inv.nr. 571-1, achter tabblad 14;
*Handelingen van den Raad 1940, vergadering van 30 juli 1940, blz. 322;
*NL-DvHCO, HCO stadsarchief Deventer, ID 1382, Gemeentebestuur van Deventer II (1930 – 1950), inv.nr. 1427, tabblad 20;
*NL-DvHCO, HCO stadsarchief Deventer, ID 0759, inv.nr. 83, onder nummer 286;
*C. Hilbrink, de Ondergrondse, Den Haag, 1998, blz. 139 – 140.

(2) De SP ging in 1929 op in de Revolutionair Socialistische Partij (RSP). Deze laatste partij  ging in 1935 op in de Revolutionair Socialistische Arbeiderspartij (RSAP).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

biografie door Johan van der Veen

Jeugd in Friesland
Peeke Bosma als militairPeeke Bosma werd op 18 december 1908 in Sneek geboren. Hij had een tweelingzus Aaltje. Zijn ouders waren Meinte Bosma en Elisabet de Vries. Zij trouwden op 11 november 1893 in Wymbritseradeel. Meinte was op dat moment schipper, zijn vrouw dienstmeisje. Op 13 oktober 1894 wordt in Sneek hun eerste kind geboren: Andries. Vader Meinte is dan nog steeds schipper. Zijn vrouw woont bij hem aan boord. Op 1 mei 1896 wordt het tweede kind geboren, een dochter, Clara. Op dat moment is Meinte geen schipper meer. Als beroep wordt genoemd werkman. Het echtpaar kreeg in totaal 12 kinderen. In 1925 overlijdt moeder. Peeke en zijn tweelingzus Aaltje zijn dan 16 jaar oud. Hun zus Aukje is 15 en de jongste, Willem, 13 jaar.

De ouders van Peeke zijn niet politiek bewust. Na de lagere school bezoekt Peeke enkele jaren de ULO. Hij is een jongen met een sterke wil. Kort na het overlijden van zijn moeder loopt Peeke weg. Hij gaat lopend van Sneek naar Enschede, naar zijn zus Clara.

Het gezin
In 1930 vestigde hij zich in Deventer. Daar trouwt hij op 2 juni 1932 met Christina Everdina Cornelia de Gram, dienstbode. Peeke is (dienstplichtig?) militair. Zijn vader is op dat moment fabrieksarbeider, de vader van de bruid los arbeider.

Peeke en Christina krijgen drie kinderen: Elisabeth (Lies), Christiaan (Chris, overleden op 29 december 2015) en Johanna (Annie). Annie overlijdt in november 1944 op 5 jarige leeftijd aan difterie.

Raadslid
In Geheim Overzicht, No.6, Jaargang 1938, van de Centrale Inlichtingendienst (CID) is een verslag opgenomen van het op 17 en 18 september 1938 gehouden congres van de RSAP (Revolutionair Socialistische Arbeiderspartij). Op dit derde in Rotterdam gehouden congres werden Johan Roebers en Peeke Bosma gekozen tot algemene leden van het hoofdbestuur. Bosma moet op dat moment al langer lid van deze partij zijn geweest.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen op 15 juni 1939 behaalde de RSAP in Deventer 3 zetels. Peeke Bosma trad als nummer twee van de lijst en als jongste raadslid toe tot de Deventer raad. Hij verkeerde daarbij in het gezelschap van twee oude rotten in het vak, Johan Roebers en Albert Johan Gerards. Het weekblad De Peperbus van 16 juni 1939 stelt het nieuwe raadslid kort voor: hij is secretaris van de lokale afdeling van de RSAP, van de Algemene Werklozen Bond en van de Commissie voor Strijd en Solidariteit. De laatste twee organisaties waren nauw verbonden met het Nationaal Arbeids-Secretariaat (NAS), een radicaal linkse koepelorganisatie van Nederlandse Vakbonden. Met de Commissie van Strijd en Solidariteit wordt waarschijnlijk de lokale afdeling van het Comité voor Strijd en Solidariteit genoemd. Het doel van dit comité was het steun verlenen aan wilde stakingsacties.

In de door de CID opgestelde Lijst van links-extremistische personen geordend per gemeente, met alfabetische klapper, 1939, staat over Bosma het volgende vermeld: van beroep is hij los arbeider; hij is lid van de RSAP; in 1938 lid van het partijbestuur en in 1939 kandidaat voor de RSAP voor de provinciale Staten.

Overdag werkt Peeke in de werkverschaffing. ’s Avonds is hij vaak voor de partij op pad. Hij trekt op met zijn (latere) mederaadsleden Johan Roebers en Albert Johan Gerards, en met bekende RSAP’ers, zoals Arend Jan Brinks, Derk Jan Brugman, Johannes Frederik Scherpenhuizen en Jan Albert Tromop.

In augustus 1939 wordt Bosma gemobiliseerd, mogelijk in de buurt van Velsen en IJmuiden.

Uit de raad gezet
Na de meidagen keert hij terug naar huis. Veel tijd om het raadswerk weer op te nemen, is er niet. Want met ingang van de raadsvergadering van 30 juli 1940 wordt hij samen met Johan Roebers, Albert Johan Gerards en het communistische raadslid Aalbert Jan Gerritsen uitgesloten van het raadswerk.

De verslaglegging van deze vergadering is curieus te noemen. De Koerier van 30 juli 1940 vermeldt dat het raadslid Eggink afwezig was en dat de gezondheidstoestand van de burgemeester enige vooruitgang vertoonde; aan hem werd een telegram gestuurd met de wens tot een spoedig algeheel herstel. Geen woord over de afwezige raadsleden. Sterker nog, aan het eind van het verslag worden Bosma en Gerards nog genoemd als raadsleden die tot lid en plaatsvervangend lid van een commissie worden benoemd. Het gaat om de commissie die de rekeningen van de gemeente en de gemeentelijke bedrijven over 1939 moet onderzoeken. In het officiële versbrief3 november 1941aanhouding kllag van de raadsvergadering is naast de afwezigheid van Eggink en de gezondheidsperikelen van de burgemeester wel opgenomen dat de vier bovengenoemde raadsleden afwezig waren, omdat zij zich op last van een brief van de Commissaris der Koningin moesten onthouden van deelneming aan enige werkzaamheid van de raad. De raadsleden Bosma en Gerards worden hier niet als lid en plaatsvervangend lid van de commissie voor de rekeningen genoemd. Op de vergadering van 27 augustus 1940 krijgt de zaak nog een vervolg. Raadslid T. Vierstra (SDAP) geeft bij de behandeling van de notulen van 30 juli aan, dat er een brief van de Commissaris van de Provincie is binnengekomen, waarvan de inhoud niet ter kennis van de raad is gebracht: “De raadsleden hebben alleen kunnen constateren, dat enkele leden niet aanwezig waren.” Uit het antwoord van de burgemeester blijkt dat niet alleen De Koerier met de kwestie in zijn maag zat. Hij geeft namelijk aan dat de brief, die op 30 juli werd ontvangen, een brief aan de burgemeester, in dit geval de waarnemend-burgemeester, was en direct moest worden uitgevoerd.

Peeke Bosma duikt evenals de anderen niet onder. In 1941 is hij als grondwerker in dienst bij de firma A. Waanders & Zn in de Papenstraat. Hij neemt deel aan het langzaam op gang komende verzet. Hij houdt zich bezig met de distributie van illegale bladen en met het verspreiden van gestencilde pamfletten. Hij was de contactman van de RSAP.

Arrestatie
In de morgen van 25 juni 1941 wordt hij op zijn huisadres Averlostraat 22 gearresteerd. De politie van Deventer pakt die ochtend op last van de Duitse autoriteiten in Deventer 17 “revolutionairen” op. Vanuit Apeldoorn wordt eveneens een verdachte van “communistische activiteit” overgebracht en ingesloten. In de loop van de dag worden vier van hen weer vrijgelaten. De overige veertien worden ’s avond om halfzeven door de “Ordnungspolizei” afgehaald.

Gevangen
Zeer waarschijnlijk kwam Peeke via de concentratiekampen Schoorl en Amersfoort in Neuengamme terecht. De gevangenschap van Peeke Bosma en zijn dood moeten nog nader worden onderzocht. Op 1 augustus 1942 komt hij in Dachau aan. Op 1 december 1942 wordt hij naar elders overgebracht. Volgens opgaaf van het Verzetsmuseum Amsterdam wordt hij op 1 december 1942 op invalidentransport naar Schloss Hartheim gezet, waar hij vermoedelijk op de dag van aankomst wordt vergast.

Zijn weduwe hoort pas op 10 maart 1943 van zijn overlijden. Het heeft die dag gesneeuwd en het is glad. Daarom loopt zij midden op de weg, de Parellelweg, ter hoogte van inktlintfabriek Carbonia. Een politieagent, die haar op de fiets inhaalt en kennelijk weet wie zij is, deelt haar mee dat haar man is overleden. Later komt er een officiële brief waarin de Duitse autoriteiten meedelen dat Peeke Bosma op 2 december 1942 in Dachau aan longontsteking is overleden.

Naast de in de tekst genoemde bronnen is gebruik gemaakt van de onderstaande bronnen en literatuur:
• Interview met Lies Rouw-Bosma, Connie Rouw en Geertje Bosma – van Emst op 27 april 2017;
• Verschillende aktes uit de burgerlijke stand Sneek-Tresoar;
• Register van huwelijken 1932 Deventer, akte 129: NL-DvHCO, HCO Stadsarchief Deventer, ID 0724, Burgerlijke Stand Deventer, inv.nr. 178;
• Stukken betreffende de arrestatie van Nederlanders door de Duitse politie: NL-DvHCO, HCO Stadsarchief Deventer, ID 1382, Gemeentebestuur van Deventer II (1930 – 1950), inv.nr. 1427 en 1428 van HCO;
• Gedenksteen aan de Verzetslaan omgekomen verzetsstrijders: NL-DvHCO, HCO Stadsarchief, ID 1441, Gemeentebestuur van Deventer III (1951 – 1993), inv.nr.820;
• De Koerier van 30 juli 1940;
• Notulen van de Raad van 30 juli en 27 augustus 1940: NL-DvHCO, ID 382, inv.nr. 11;
• Register van ingekomen en uitgaande stukken 1940 1 januari – augustus 3, nr. 2648, volgnummer 2582: NL-DvHCO, ID 1382, inv.nr. 130;
• P. Hoekman en J. Houkes, Het Nationaal Arbeids-Secretariaat, Utrecht, 2016, blz. 715 – 726;
• L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 8, tweede helft, Gevangenen en gedeporteerden, ’s-Gravenhage, 1978, blz. 553 – 576.

 

Tot zijn deportatie woonde hij aan de Driebergenstraat 44. Door vernieuwbouw komt de struikelsteen voor Driebergenstraat 25 te liggen.

naam geboren te datum overleden te datum
Gerrit Pieter Cornelis Lagerwaard Zwolle 18-08-1887 Heilanstalt Bernburg 19-06-1942

LagerwaardkopieGerrit Pieter Cornelis Lagerwaardwas in de Tweede Wereldoorlog vertegenwoordiger in de gemeenteraad voor de Communistische Partij en redacteur van de Waarheid.
Kleindochter Jeanine Doeve was erg betrokken met het lot van haar opa. Ze is in 2014 zelf op onderzoek uitgegaan. Vele bezoeken aan kamp Neuengamme in Duitsland, veel speurwerk in boeken en archieven en vele gesprekken met betrokkenen hebben geleid tot een indrukwekkend verhaal van haar opa, verzetsstrijder Gerrit Pieter Cornelis Lagerwaard.

Klik hier om dit indrukwekkende verhaal te lezen.

Tot zijn deportatie woonde hij aan de E. van Reijdtstraat 14 (nu 23):

naam geboren te datum overleden te datum
Andries Gerrits Gort Enschede 24-01-1914 Langenstein-Zwieberge 18-03-1945

Andries 1Andries Gerrits Gort was in de Tweede Wereldoorlog tekenaar van de illegale Trouw. Op 27 Januari 1944 wordt Andries Gerrits Gort door twee medewerkers van de Sicherheitsdienst opgepakt en hardnekkig verhoord. Uiteindelijk belandt hij in de gevangenis in Haaren. Op 18 maart 1945, een maand voor de bevrijding, sterft Andries Gerrits Gort in het kamp Langenstein - Zwieberge. Nu, 70 jaar later, is er van Kamp Langenstein Zwieberge niet veel meer over. Het terrein is vrij toegankelijk en in het informatiecentrum is veel informatie over de Nederlandse gevangenen te vinden.

Neef Andries G. Gort, vernoemd naar zijn oom was erg betrokken met het lot van zijn oom. Binnen zijn familie werd nooit  over zijn oom gesproken. Neef Andries is daarom vele jaren later zelf op onderzoek uitgegaan. Vele bezoeken aan kamp Langenstein-Zwieberge in Duitsland, veel speurwerk in boeken en archieven en vele gesprekken met betrokkenen hebben geleid tot een indrukwekkend verhaal van zijn oom,  Verzetsstrijder Andries Gerrits Gort.

Klik hier om dit indrukwekkende verhaal te lezen.

voormalig woonhuis Koster KolkwegTot zijn deportatie woonde hij aan de Kolkweg 27, de (inmiddels afgebroken)  kleine woning met puntdak op de foto rechts.  

naam geboren te datum overleden te datum
Antonie Koster Deventer 23-09-1916 Sandbostel, Neuengamme 24-04-1945

Plaquette Kolkweg 27 Nu heet de straat die langs de Beestenmarkt loopt Hoge Rij, maar ooit heette het Kolkweg. Er stond een rij huizen en winkels, waartussen het huis van de familie Koster stond, aan de Kolkweg 27.
Acht kinderen telde de familie Koster. Anton was het tweede kind, geboren op 23 september 1916 en volgens het bevolkingsregister was hij leerling opticiën. Zijn oudste zus, Willie woonde vlakbij in de Haverstraat, zij was al getrouwd en had een zoontje en er waren 5 onderduikers. 
Anton was verloofd met een slagersdochter en woonde met de rest van zijn broers en zussen nog bij zijn ouders. Anton en zijn broer Jan  waren fanatieke sociaal-democraten. Dat maakte dat de broers fel tegen de fascisten gekant waren en verzetsstrijders werden.

ouders Anton Koster voor hun huis Kolkweg29AHet huis van de familie Koster bestaat al lang niet meer. Het was een klein huis. De bovenverdieping was een zolder. De ene kant was voor de jongens, de andere voor de meisjes. Hoewel het vol was in huis, was er best nog ruimte voor drie onderduikers vonden vader en moeder Koster, toen Anton onderdak zocht voor Lenie en Bernard, een broertje en zusje uit Oss, en een handelsman Jules Kan uit Amsterdam.
Op de foto rechts: vader en moeder Koster voor hun woning. Het echtpaar werd in 1979 door Yad Vashem geëerd met de onderscheiding "Rechtvaardige onder de volkeren". Hier kunt u er meer over lezen op de website van Onderduikhuizen Joden in Deventer.

brief aanhouding 2 oktober 1940 Antonie Koster klBehalve de angst voor ontdekking was er het probleem om aan eten te komen. Er waren wel voedselbonnen verstrekt, maar als je zoveel monden meer moet voeden, heb je daaraan niet genoeg. Gelukkig woonde in Heeten een boer die de familie wel aan eten wilde helpen. Onderduikers helpen was niet het enige wat de familie Koster ondernam tegen de onderdrukking.

Er vonden nog meer verzetsactiviteiten plaats in huis. Op een dag lagen er wapens en munitie uitgestald op tafel toen er hard op de deur geklopt werd. “Ik kom eraan melkboer!” riep moeder Koster, waarop iedereen gehaast alles opruimde, wegstopte en meenam. De onderduikers werden verstopt en anderen klommen achter over de schutting en verdwenen. Uiteindelijk werd het te gevaarlijk in huis en de onderduikers werden naar de boer in Heeten gebracht. 
Maar ook daar bleken ze niet veilig te zijn. Toen Anton er lucht van kreeg dat er een inval zou komen, aarzelde hij niet. Omdat hij wist dat hij gezocht werd, besloot hij zich aan te geven.
Daarmee voorkwam hij de inval. Dat was de redding voor de onderduikers, de boer en alle andere betrokkenen, maar voor Anton was dit een groot offer: hij overleed eind april 1945, kort voor de bevrijding, in Kamp Sandbostel. Zes jaar later bereikte dat bericht zijn familie.








 

huis Worisek Veenweg 33 LexTot zijn deportatie woonde hij aan de Veenweg 33:

naam geboren te datum overleden te datum
Wilhelm Julius Rudolf Worisek Praag 24-05-1897 Dalum 10-01-1945

WorisekWilhelm Julius Rudolf Worisek (Rudolf) woonde hier met zijn vrouw, de Belgische Maria Theresia Josepha van den Broeck (Nathalie), en hun zoon Rudy.
Rudolf was geboren in Praag, op 24 mei 1897. Zijn vader Anton was kleermaker en verliet het toenmalige Tsjecho-Slowakije (Tsjechië) vanwege zijn politieke overtuiging. Hij vond in Nederland werk. Rudolfs moeder overleed al vroeg en Rudolf groeide op bij zijn opa en oma in Tsjecho-Slowakije.
Op 10-jarige leeftijd kwam hij bij zijn vader in Den Haag wonen. Anton Worisek werkte bij modehuis Hirsch in Amsterdam, net als het echtpaar Spanier, met wie hij bevriend raakte.

Worisek met zijn vrouw NarthalieIntussen had Rudolfs vader een nieuwe vrouw en Rudolf kreeg er een broertje bij, kleine Anton. Rudolf besloot net als zijn vader kleermaker te worden. Ook hij ging werken in het atelier van het modehuis Hirsch. Maar toen Rudolf nog geen twintig jaar oud was, overleed zijn vader. Gelukkig was de verhouding met zijn stiefmoeder goed. Zij vond een nieuwe man en kreeg met hem nog een zoon. De drie jongens zijn als broers door het leven gegaan.

Rudolf zelf werd al op zijn 21ste vader van zoon Rudy. Pas in juli 1930 trouwde hij met Rudy’s moeder Nathalie (op de foto rechts: Rudolf en Nathalie) en daarna verhuisde het gezin vanuit Amsterdam naar Deventer, naar de Veenweg. In Deventer kreeg Rudolf Worisek op 20 maart 1937 de Nederlandse nationaliteit.

Het echtpaar Spanier was in Deventer een eigen vestiging van het modehuis Hirsch begonnen, dat de naam firma H. Spanier kreeg. De familie Spanier en Rudolf Worisek kenden elkaar nog uit Amsterdam, waar ze alle drie bij Hirsch werkten, en zij vroegen hem bij hen in Deventer te komen werken. Net als zijn vader was ook Rudolf bevriend met het (oudere) echtpaar Spanier. Toen het echtpaar in de oorlog vroeg of ze bij Rudolf en Nathalie mochten onderduiken, was er dan ook geen aarzeling. Natuurlijk waren zij welkom. Op 8 april 1943 kwamen Heinrich en Rosa Spanier in huis bij de familie Worisek.
gedenkplaat Spanier inzake WorisekAchter een wandkleed werd een geheime schuilplaats gemaakt, een schuilkast. Lange tijd leefden ze samen in het huis. Tot op 14 augustus 1944 de landwacht binnenviel op Veenweg 33. Op dat moment was niet alleen het echtpaar Spanier daar ondergedoken, maar ook hun dochter, omdat ze op haar eigen onderduikadres niet meer veilig was. Drie keer onderzocht de landwacht het huis, tot ze uiteindelijk de schuilplaats ontdekten. Ze wisten zeker dat er onderduikers zaten, want ze hadden een uitgebreide tip gehad. De drie onderduikers werden opgepakt, net als Rudolf, Nathalie en Rudy Worisek. De laatste drie werden naar Kamp Vught gebracht, waar Nathalie en Rudy na een paar dagen vrijgelaten werden. Rudolf werd naar Kamp Dalum in Duitsland gestuurd, waar hij uiteindelijk op 10 januari 1945 overleed. Hij had al geen sterke gezondheid, maar de omstandigheden in het kamp waren zo slecht dat veel mensen overleden. De familie Spanier werd via Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd. Daar werd het echtpaar vermoord. Hun dochter overleefde het kamp.

Op de foto links: de gedenkplaat die jarenlang in de winkel van Spanier hing en nu in het Etty Hillesum Centrum hangt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 


Op de foto links: de gedenkplaat die jarenlang in de winkel van Spanier hing en nu in het Etty Hillesum Centrum hangt.


(biografie door Johan van der Veen)

Johannes RoebersJohannes Hendrikus Eusebius Roebers werd op 7 september 1886 in Arnhem geboren. Zijn ouders waren niet politiek bewust. Johan doorliep slechts de lagere school. In 1907 trouwde hij met Gerritje Kwabek. Ze kregen twee dochter: Johanna (1908) en Gerri (1920). Het gezin verhuisde naar Deventer, waar Johan aan de slag ging in de sigarenindustrie.

Daar leerde hij de libertaire socialist en vakbondsman Harm Kolthek kennen. In februari 1918 – Kolthek had Deventer intussen verlaten – richtte Kolthek de Socialistische Partij op. Deventer kreeg al spoedig een afdeling. Waarschijnlijk was Roebers bij de oprichting van deze afdeling betrokken.
In 1919 werd Johan Roebers gekozen tot lijsttrekker van de Socialistische Partij. Dat bleek een groot succes. De partij behaalde maar liefst vier zetels.
Vanaf dat moment tot in de zomer van 1940, toen de raadsleden van de RSAP en de communistische partij op last van de Duitsers van hun raadswerk werden uitgesloten, zat Roebers onafgebroken in de raad. Tot 1929 vertegenwoordigde hij de Socialistische Partij, vanaf dat jaar de Revolutionair Socialistische Partij en vanaf 1935 de Revolutionair Socialistische Arbeiderspartij. In het laatstgenoemde jaar weigerde hij een wethouderszetel.

Elke zaterdag stond Johan Roebers met zijn eigen gemaakte sigaren op de markt in Deventer. Het was er altijd druk. Naast de verkoop van sigaren was het eigenlijk een soort openlucht-spreekuur waar de politiek werd besproken en aan belangenbehartiging werd gedaan en de laatste linkse nieuwtjes werden uitgewisseld. En natuurlijk ging hij avond aan avond voor de partij op pad.

Roebers was ook voorzitter van het Studiefonds en bestuurslid van het P.W. Jansen Ziekenhuis te Almen. Was lid van het hoofdbestuur van de RSAP en hij was docent op de Leninistische Kaderschool.
Bij het uitbreken van de oorlog dook hij niet onder. Hij bleef tot 30 juli 1940 raadslid. Toen werd hij samen met drie andere raadsleden van zijn raadswerk uitgesloten: Peeke Bosma (RSAP), Albert Johan Gerards (RSAP) en Aalbert Jan Gerritsen (CPN). De notulen van de raadsvergadering van 30 juli 1940 vermelden dit. In de Koerier- Deventerdagblad van een dag later staat wel dat het liberale raadslid E.J. Eggink afwezig was en ook dat de burgemeester nog steeds ziek was, maar over de vier verdwenen raadsleden werd met geen woord gerept.

In het verzet was Johan Roebers een leidende kracht in deze regio en een belangrijke schakel in het landelijke verzetsnetwerk van het Marx-Lenin-Luxemburg Front, de illegale verschijningsvorm van de RSAP. Tot de Nederlandse politie hem op 25 juni 1941 kwam halen.
Op 16 oktober 1942 werd hij met 14 anderen waaronder nog 4 Deventer verzetsstrijders, te weten A.J. Gerritsen, D. van der Meulen, D. Bannink en W. van Ewijk op de Leusderheide bij Woudenberg bij Kamp Amersfoort gefusilleerd ten gevolge van  Duitse represailles wegens door anderen gepleegde verzetsdaden in het Oosten en met name in Deventer e.o.