Struikelstenen in Deventer

biografie door Johan van der Veen

Jeugd in Friesland
Peeke Bosma als militairPeeke Bosma werd op 18 december 1908 in Sneek geboren. Hij had een tweelingzus Aaltje. Zijn ouders waren Meinte Bosma en Elisabet de Vries. Zij trouwden op 11 november 1893 in Wymbritseradeel. Meinte was op dat moment schipper, zijn vrouw dienstmeisje. Op 13 oktober 1894 wordt in Sneek hun eerste kind geboren: Andries. Vader Meinte is dan nog steeds schipper. Zijn vrouw woont bij hem aan boord. Op 1 mei 1896 wordt het tweede kind geboren, een dochter, Clara. Op dat moment is Meinte geen schipper meer. Als beroep wordt genoemd werkman. Het echtpaar kreeg in totaal 12 kinderen. In 1925 overlijdt moeder. Peeke en zijn tweelingzus Aaltje zijn dan 16 jaar oud. Hun zus Aukje is 15 en de jongste, Willem, 13 jaar.

De ouders van Peeke zijn niet politiek bewust. Na de lagere school bezoekt Peeke enkele jaren de ULO. Hij is een jongen met een sterke wil. Kort na het overlijden van zijn moeder loopt Peeke weg. Hij gaat lopend van Sneek naar Enschede, naar zijn zus Clara.

Het gezin
In 1930 vestigde hij zich in Deventer. Daar trouwt hij op 2 juni 1932 met Christina Everdina Cornelia de Gram, dienstbode. Peeke is (dienstplichtig?) militair. Zijn vader is op dat moment fabrieksarbeider, de vader van de bruid los arbeider.

Peeke en Christina krijgen drie kinderen: Elisabeth (Lies), Christiaan (Chris, overleden op 29 december 2015) en Johanna (Annie). Annie overlijdt in november 1944 op 5 jarige leeftijd aan difterie.

Raadslid
In Geheim Overzicht, No.6, Jaargang 1938, van de Centrale Inlichtingendienst (CID) is een verslag opgenomen van het op 17 en 18 september 1938 gehouden congres van de RSAP (Revolutionair Socialistische Arbeiderspartij). Op dit derde in Rotterdam gehouden congres werden Johan Roebers en Peeke Bosma gekozen tot algemene leden van het hoofdbestuur. Bosma moet op dat moment al langer lid van deze partij zijn geweest.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen op 15 juni 1939 behaalde de RSAP in Deventer 3 zetels. Peeke Bosma trad als nummer twee van de lijst en als jongste raadslid toe tot de Deventer raad. Hij verkeerde daarbij in het gezelschap van twee oude rotten in het vak, Johan Roebers en Albert Johan Gerards. Het weekblad De Peperbus van 16 juni 1939 stelt het nieuwe raadslid kort voor: hij is secretaris van de lokale afdeling van de RSAP, van de Algemene Werklozen Bond en van de Commissie voor Strijd en Solidariteit. De laatste twee organisaties waren nauw verbonden met het Nationaal Arbeids-Secretariaat (NAS), een radicaal linkse koepelorganisatie van Nederlandse Vakbonden. Met de Commissie van Strijd en Solidariteit wordt waarschijnlijk de lokale afdeling van het Comité voor Strijd en Solidariteit genoemd. Het doel van dit comité was het steun verlenen aan wilde stakingsacties.

In de door de CID opgestelde Lijst van links-extremistische personen geordend per gemeente, met alfabetische klapper, 1939, staat over Bosma het volgende vermeld: van beroep is hij los arbeider; hij is lid van de RSAP; in 1938 lid van het partijbestuur en in 1939 kandidaat voor de RSAP voor de provinciale Staten.

Overdag werkt Peeke in de werkverschaffing. ’s Avonds is hij vaak voor de partij op pad. Hij trekt op met zijn (latere) mederaadsleden Johan Roebers en Albert Johan Gerards, en met bekende RSAP’ers, zoals Arend Jan Brinks, Derk Jan Brugman, Johannes Frederik Scherpenhuizen en Jan Albert Tromop.

In augustus 1939 wordt Bosma gemobiliseerd, mogelijk in de buurt van Velsen en IJmuiden.

Uit de raad gezet
Na de meidagen keert hij terug naar huis. Veel tijd om het raadswerk weer op te nemen, is er niet. Want met ingang van de raadsvergadering van 30 juli 1940 wordt hij samen met Johan Roebers, Albert Johan Gerards en het communistische raadslid Aalbert Jan Gerritsen uitgesloten van het raadswerk.

De verslaglegging van deze vergadering is curieus te noemen. De Koerier van 30 juli 1940 vermeldt dat het raadslid Eggink afwezig was en dat de gezondheidstoestand van de burgemeester enige vooruitgang vertoonde; aan hem werd een telegram gestuurd met de wens tot een spoedig algeheel herstel. Geen woord over de afwezige raadsleden. Sterker nog, aan het eind van het verslag worden Bosma en Gerards nog genoemd als raadsleden die tot lid en plaatsvervangend lid van een commissie worden benoemd. Het gaat om de commissie die de rekeningen van de gemeente en de gemeentelijke bedrijven over 1939 moet onderzoeken. In het officiële versbrief3 november 1941aanhouding kllag van de raadsvergadering is naast de afwezigheid van Eggink en de gezondheidsperikelen van de burgemeester wel opgenomen dat de vier bovengenoemde raadsleden afwezig waren, omdat zij zich op last van een brief van de Commissaris der Koningin moesten onthouden van deelneming aan enige werkzaamheid van de raad. De raadsleden Bosma en Gerards worden hier niet als lid en plaatsvervangend lid van de commissie voor de rekeningen genoemd. Op de vergadering van 27 augustus 1940 krijgt de zaak nog een vervolg. Raadslid T. Vierstra (SDAP) geeft bij de behandeling van de notulen van 30 juli aan, dat er een brief van de Commissaris van de Provincie is binnengekomen, waarvan de inhoud niet ter kennis van de raad is gebracht: “De raadsleden hebben alleen kunnen constateren, dat enkele leden niet aanwezig waren.” Uit het antwoord van de burgemeester blijkt dat niet alleen De Koerier met de kwestie in zijn maag zat. Hij geeft namelijk aan dat de brief, die op 30 juli werd ontvangen, een brief aan de burgemeester, in dit geval de waarnemend-burgemeester, was en direct moest worden uitgevoerd.

Peeke Bosma duikt evenals de anderen niet onder. In 1941 is hij als grondwerker in dienst bij de firma A. Waanders & Zn in de Papenstraat. Hij neemt deel aan het langzaam op gang komende verzet. Hij houdt zich bezig met de distributie van illegale bladen en met het verspreiden van gestencilde pamfletten. Hij was de contactman van de RSAP.

Arrestatie
In de morgen van 25 juni 1941 wordt hij op zijn huisadres Averlostraat 22 gearresteerd. De politie van Deventer pakt die ochtend op last van de Duitse autoriteiten in Deventer 17 “revolutionairen” op. Vanuit Apeldoorn wordt eveneens een verdachte van “communistische activiteit” overgebracht en ingesloten. In de loop van de dag worden vier van hen weer vrijgelaten. De overige veertien worden ’s avond om halfzeven door de “Ordnungspolizei” afgehaald.

Gevangen
Zeer waarschijnlijk kwam Peeke via de concentratiekampen Schoorl en Amersfoort in Neuengamme terecht. De gevangenschap van Peeke Bosma en zijn dood moeten nog nader worden onderzocht. Op 1 augustus 1942 komt hij in Dachau aan. Op 1 december 1942 wordt hij naar elders overgebracht. Volgens opgaaf van het Verzetsmuseum Amsterdam wordt hij op 1 december 1942 op invalidentransport naar Schloss Hartheim gezet, waar hij vermoedelijk op de dag van aankomst wordt vergast.

Zijn weduwe hoort pas op 10 maart 1943 van zijn overlijden. Het heeft die dag gesneeuwd en het is glad. Daarom loopt zij midden op de weg, de Parellelweg, ter hoogte van inktlintfabriek Carbonia. Een politieagent, die haar op de fiets inhaalt en kennelijk weet wie zij is, deelt haar mee dat haar man is overleden. Later komt er een officiële brief waarin de Duitse autoriteiten meedelen dat Peeke Bosma op 2 december 1942 in Dachau aan longontsteking is overleden.

Naast de in de tekst genoemde bronnen is gebruik gemaakt van de onderstaande bronnen en literatuur:
• Interview met Lies Rouw-Bosma, Connie Rouw en Geertje Bosma – van Emst op 27 april 2017;
• Verschillende aktes uit de burgerlijke stand Sneek-Tresoar;
• Register van huwelijken 1932 Deventer, akte 129: NL-DvHCO, HCO Stadsarchief Deventer, ID 0724, Burgerlijke Stand Deventer, inv.nr. 178;
• Stukken betreffende de arrestatie van Nederlanders door de Duitse politie: NL-DvHCO, HCO Stadsarchief Deventer, ID 1382, Gemeentebestuur van Deventer II (1930 – 1950), inv.nr. 1427 en 1428 van HCO;
• Gedenksteen aan de Verzetslaan omgekomen verzetsstrijders: NL-DvHCO, HCO Stadsarchief, ID 1441, Gemeentebestuur van Deventer III (1951 – 1993), inv.nr.820;
• De Koerier van 30 juli 1940;
• Notulen van de Raad van 30 juli en 27 augustus 1940: NL-DvHCO, ID 382, inv.nr. 11;
• Register van ingekomen en uitgaande stukken 1940 1 januari – augustus 3, nr. 2648, volgnummer 2582: NL-DvHCO, ID 1382, inv.nr. 130;
• P. Hoekman en J. Houkes, Het Nationaal Arbeids-Secretariaat, Utrecht, 2016, blz. 715 – 726;
• L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 8, tweede helft, Gevangenen en gedeporteerden, ’s-Gravenhage, 1978, blz. 553 – 576.