Struikelstenen in Deventer

pand Veenweg 145 2door Johan van der Veen 

Tot zijn deportatie woonde hij aan de Rielerweg 145.

naam geboren te datum overleden te datum
Otto Theodorus Johannes Renshof Oldenzaal 08-02-1905 Neuengamme 23-02-1945

Familie en gezin
PortretTheoTheo Renshof werd op 8 februari 1905 in Oldenzaal geboren. Zijn vader was Cornelis Johannes Renshof, zijn moeder Geertruida Wilhelmina Boekholt. Bij zijn geboorte was er al een zoon, Frits. Er zouden nog twee kinderen volgen: dochter Marie en de jongste zoon Cor.

Op 13 januari 1928 trouwde Theo in Enschede met Johanna Jacoba Tijssen. Zij was op 14 maart 1903 in Enschede geboren als dochter van Jan Hendrik Tijssen en Harmina Krosenbrink. Ten tijde van de huwelijkssluiting was de vader van Theo postambtenaar en de vader van de bruid huisschilder. Theo zelf was expediteur van beroep. 

Op 10 mei 1928 werd dochter Geertruida Wilhelmina (Truus) geboren. Als geboorteplaats wordt Oegstgeest vermeld. We mogen aannemen dat het jonge paar daar korte tijd woonde. Hun volgende woonplaats was Beverwijk. Op 31 december 1929 vestigden zij zich voor een korte periode in een pension op Singel 143 huis in Amsterdam. De gezinskaart vermeldt als beroep van Theo expediteur. Op 3 juli 1930 verhuisde het gezin van Amsterdam naar Den Haag. Daar woonden ze in totaal op 5 verschillende adressen.

Theo was als expediteur werkzaam. In Den Haag werden twee dochters geboren: op 22 juli 1930 Hermina (Mimi) en op 12 januari 1932 Cornelia Johanna (Corrie).

Naar Deventer
Op 22 juli 1935 werd het gezin van Theo Renshof ingeschreven op het adres Rielerweg 145 in Deventer. Bij inschrijving was zijn beroep expediteur. Dit beroep is later op de gezinskaart doorgehaald. Als nieuw beroep staat dan vertegenwoordiger vermeld.

DD 1937 08 24 00002Het Deventer Dagblad van dinsdag 24 augustus 1937 deelt mede dat vijf stadgenoten, onder wie de heer O.Th.J. Renshof, in Amsterdam slaagden voor het examen pedicure en voetkundige, uitgaande van het Nederlands genootschap voor voetkundigen. Theo moet in deze tijd het beroep van expediteur hebben verruild voor dat van vertegenwoordiger in schoenen. In de familie is bekend dat hij vertegenwoordiger was in schoenen van Van Bommel.

Op 15 juni 1938 werd Theo tot bestuurslid van de afdeling Deventer van Hermes gekozen. Dit was de vakvereniging van vertegenwoordigers van handelaren en industriëlen. Op 7 december van dat jaar sprak hij op een Sinterklaasviering van Hermes de ouders en kinderen toe. Kort daarop, op 23 januari 1939, werd hij bereid gevonden om als correspondent van de werklozenkas van Hermes te gaan fungeren.

Verzet
Voor de oorlog sympathiseerde Renshof met de CPN. Volgens kleindochter Hanneke leerde hij Russisch. Toen in oktober 1940 de ambtenaren de Ariërverklaring moesten ondertekenen, was Theo verontwaardigd en woedend. In 1941 sloot hij zich aan bij het verzet in Deventer. Hij speelde een belangrijke rol bij het verspreiden van De Waarheid, bij de hulp aan joden en onderduikers, en bij het werven van fondsen. Hij werkte onder meer samen met bekende verzetsmensen als Toon Kleinbussink, Gerrit Hamer en Johan Teunissen, van wie bekend is dat bij hem thuis De Waarheid werd gedrukt.

Op 3 september 1941 werd hij op last van de Sicherheitspolizei te Enschede door inspecteur Richie opgebracht en op het politiebureau van Deventer ingesloten. De commissaris van politie bracht de burgemeester diezelfde dag nog op de hoogte van de arrestatie. Hoewel de reden van de arrestatie niet bekend was, merkte de commissaris het volgende op: “Genoemde persoon is communistisch gezind.” Op 11 oktober werd Theo op bevel van de Sicherheitspolizei in vrijheid gesteld. Ze hadden geen zaak tegen hem. Zijn vrouw had namelijk bij de huiszoeking tijdig al het belastende materiaal laten verdwijnen.

Na zijn vrijlating zette Theo zijn illegale werk voort in Amsterdam.

Opgepakt
Op 3 februari 1943 werd Theo in Amsterdam aangehouden. In het politiearchief van Deventer bevindt zich een verklaring van 8 februari waarin de waarnemend commissaris van politie te Deventer verklaart dat Theo op 3 februari op last van de Sicherheitspolizei is gearresteerd. Tot slot wordt opgemerkt: “Deze verklaring dient tot het verkrijgen van restitutie van kosten spoorwegabonnement."

Theo werd ongeveer 8 weken vastgehouden in het beruchte Huis van Bewaring aan de Weteringschans.

Concentratiekampen
Eind maart/begin april 1943 werd Theo overgebracht naar concentratiekamp Vught. Hij was Schutzhäftling (zie noot 2). Zijn kampnummer was 5962.

In de periode van 9 tot en met 23 september was hij niet in Vught. Mogelijk werd hij in die periode voor nader verhoor in het Huis van Bewaring in Arnhem vastgehouden.

DD 1945 03 28 00002KennisgevingIn Vught maakte Theo deel uit van het Philips-kommando, een werkplaats binnen het kamp. De leiding daarvan berustte bij de directie van het bedrijf. Philips bepaalde wie er werkte en waaruit het werk bestond. Dagelijks werd een warme maaltijd, de zogenaamde “Philiprak”, verschaft en de medewerkers werden door Philips betaald. Dit Philips-kommando groeide uit tot een soort fabriek waar tussen februari 1943 en september 1944 in totaal 3125 mannen en vrouwen (dat wil zeggen 10% van de totale kampbevolking) werk vonden.

Vanuit deze relatief gunstige omgeving werd Theo, na Dolle Dinsdag, 5 september 1944, gedeporteerd naar Sachsenhausen, dat op ongeveer 35 kilometer van Berlijn ligt. Daar kreeg hij kampnummer 100097. Op 16 oktober 1944 werd hij vanuit dit kamp overgebracht naar Neuengamme bij Hamburg. Daar was zijn kampnummer 59034.

Op 21 maart 1945 kreeg de politie in Deventer het verzoek van SS-Hauptsturmführer Müller van het Einsatzkommando aldaar om de familieleden van Theo mee te delen dat hij op 23 februari 1945 om 5.30 uur in Neuengamme was overleden aan enterocolitis (ernstige ontsteking van de darmen, meestal de dunne darm). 

Een dappere vrouw
Jo Renshof-Tijssen komt uit de verhalen en de stukken over als een doortastende en dappere vrouw.

Jo Renshof Tijsen uitsnBij de inval van de politie op 3 september ’s morgens vroeg waarschuwde Truus, de oudste dochter, haar ouders dat zij vanuit de slaapkamer een politieauto langzaam door de straat had zien rijden en dat de mannen naar het huis keken. Theo probeerde nog via het balkon aan de achterzijde te ontkomen. Er was namelijk aan de achterzijde van het huis een balkon dat grensde aan dat van de buren. Met hen had Theo de afspraak gemaakt, dat ze de deur naar hun balkon niet op slot zouden doen, voor het geval hij zou moeten vluchten. Tevergeefs, omdat de achterkant van het huis al werd bewaakt. Op het dak van het schuurtje stond een gewapende agent die hem opdroeg weer naar binnen te gaan. Jo had intussen de exemplaren van De Waarheid gepakt en onder de rand van de wc-pot verborgen. Daarna deed ze deur van de woning open. Toen haar werd gevraagd of ze naar de wc was geweest, gaf ze dat toe. Toen haar vervolgens de vraag werd gesteld, wat ze daar deed, antwoordde ze koelbloedig: “Wat doet u op de wc?” Wonder boven wonder werd de wc niet doorzocht.

Tijdens het verblijf van haar man op het politiebureau in Deventer ging ze er met regelmaat heen. Ze vroeg de dienstdoende portier dan naar de stand van zaken. Op een gegeven moment kreeg ze als antwoord dat haar man werd verhoord. Daarbij keek hij in de richting van een kamer. Jo liet er geen gras over groeien en stapte de verhoorkamer binnen. Daar vroeg ze aan de ondervrager(s) waarom haar man nog steeds werd vastgehouden, want er was thuis helemaal niets gevonden. Jo werd uit het bureau verwijderd, maar ze had haar man wel duidelijk kunnen maken dat de politie niet over belastend materiaal beschikte.

De gevangenschap in Kamp Vught werd onderbroken door een periode van twee weken waarin Theo waarschijnlijk in Arnhem werd verhoord. Voor zijn vertrek uit Vught ontving Jo een boodschap over het tijdstip en de wijze waarop haar man naar Arnhem zou worden gebracht. Ze stapte op de dag van het transport ergens tussen Den Bosch en Arnhem op de trein, zocht Theo op en vroeg de bewaker of bewakers waarom haar man nog steeds werd vastgehouden, want er was niets bij hen thuis gevonden. Jo zag haar man en kon hem opnieuw duidelijk maken dat er nog steeds geen belastend materiaal was gevonden. Op het volgende station moest ze uitstappen.

Jo en haar drie dochters hadden ook Joodse onderduikers in huis: oom Bart, de schrijfster Helma Wolf-Catz en haar dochter Loeka. Alle drie de onderduikers overleefden de oorlog.

Na de oorlog bleef Jo op het adres Rielerweg 145 in Deventer wonen. Ze overleed op 1 januari 1969 in de VS, toen ze op bezoek was bij haar jongste dochter.

Het Vrije Woord
Theo’s naam staat onder meer op het monument aan de Verzetslaan in Deventer, op de digitale dodenlijst van concentratiekamp Neuengamme en op de Erelijst van Gevallenen 1940 - 1945 in het gebouw van de Tweede Kamer.

In 1990 werd hij eveneens opgenomen op de Erelijst van gevallenen van de illegale pers.

© Johan van der Veen

1. Naast de in de tekst genoemde bronnen is gebruik gemaakt van de onderstaande bronnen en literatuur:
Het interview van Otto van Huffelen en Johan van der Veen met Hanneke Otte op 12-10-2017, en een aanvullend telefoongesprek op 11 maart 2018;
Historisch Centrum Overijssel Zwolle, Collectie Enschede, registers van geboorte, archief 0123, registratienummer 3636, aktenr. 222.Historisch Centrum Overijssel Zwolle, Collectie Enschede 1812 – 1932, archief 0123, registratienummer 3732, aktenr. 11;
NL-DvHCO, HCO Stadsarchief Deventer, ID 1414, Bevolkingsregister Deventer, inv.nr. 390 (afb. 0187 en 0188);
NL-SAA, Stadsarchief Amsterdam, archiefnummer 5422, Archief van het Bevolkingsregister, gezinskaarten, inv.nr. 1204. Zie ook Indexen: Renshof, O.T.J.;
NL-SAA, Stadsarchief Amsterdam, archiefnummer 5445, Archief van de Dienst Bevolkingsregister, woningkaarten, inv.nr. 432. Zie ook Indexen: Singel, 143, huis;
Haags Gemeentearchief, Bevolkingsregister ’s-Gravenhage 1913 – 1939, pagina 720567;
Deventer Dagblad, 16-6-1938;
Deventer Dagblad, 8-12-1938;
Deventer Dagblad, 24-1-1939;
Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, archief 00347, Archief CPN, inv.nr. 155 (IJsselstreek);
Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, Amsterdam, 245 Archief Erelijst van gevallenen, inv.no. 47;
K.H. Vos, redacteur en samensteller, Deventer 1940-1945, Deventer, 1985, blz. 71;
NL-DvHCO, HCO Stadsarchief Deventer, ID 0759, Politie Gemeente Deventer, inv.nr. 83, dagrapporten 3 september 1941 (nr. 246) en 10 oktober 1941 (nr. 283);
NL-DvHCO, HCO Stadsarchief Deventer, ID 1382, Gemeentebestuur van Deventer II (1930 – 1950), inv.nr. 427, nummer 27;
NL-DvHCO, ID 0759, inv.nr. 732-1, Aanhoudingen;
Roel van Duyn, Verraad, Soesterberg 2016, blz. 80 – 94;
https://anderetijden.nl/aflevering/509/Philips-en-de-gevangenen;
NL-DvHCO, ID 0759, inv.nr. 726-3;
H. van den Heuvel en G. Mulder, het Vrije Woord, De illegale pers in Nederland 1940 – 1945, ’s-Gravenhage, 1990, blz. 242.

2. Gevangene in een concentratiekamp. Aan de gevangenschap lag geen rechterlijke uitspraak ten grondslag. De gevangene genoot geen enkele vorm van wettelijke bescherming.