Struikelstenen in Deventer

Salomon Visser Emmastraat14Tot zijn deportatie naar Westerbork op 15 januari 1943 woonde hij aan de Emmastraat 14.  

naam geboren te datum overleden te datum
Salomon Visser Deventer 02-10-1864 Auschwitz 01-02-1943

Salomon Visser detailHier woonde de weduwnaar Salomon Visser samen met een paar andere joodse huurders in het pension van weduwe Grietje Zaligman-de Leeuw.
Salomon Visser is in 1864 in Deventer geboren als derde zoon van Mozes Visser en Klaartje Drilsma. Zijn vader is een slagerij begonnen in de Nieuwstraat, later voortgezet door zijn zoon Herman, een broer van Salomon.

Salomon begon een eigen slagerij in de Grote Overstraat, naast de Treurnietsgang. Op de foto rechts onder is de slagerij van Salomon Visser in de Grote Overstraat te zien, het pand met de zwarte pui rechts.

Salomon was getrouwd met Henriette Zilverberg, in 1857 in Enschede geboren. Met haar kreeg Salomon vier kinderen; in 1895 Klaartje, in 1896 Mili, in 1898 Mozes en 1902 Selma. Mili en Mozes werden ook slagers.

Salomon Visser slagerij GroteOverstraat zwartepui rechtsKlaartje trouwde in 1922 met de arts Wolf Schijveschuurder uit Amsterdam. Zij kregen drie kinderen, waarvan er twee de oorlog hebben overleefd.

Mili was getrouwd met Johanna Martens en is overleden in Deventer in 1955. Samen kregen zij drie kinderen; Henny, Robert en Marjolijn.

Mozes Visser was alleenstaand en woonde in Amsterdam. Hij is op 28 februari 1943 in Auschwitz omgekomen.

S.Visser en H. ZilverbergSelma was getrouwd in 1922 te Amsterdam met Hartog Schijveschuurder uit Amsterdam. Hartog was een broer van Wolf, de echtgenoot van Selma’s zus Klaartje. Hartog was koopman in toiletartikelen. Zij kregen drie kinderen: Rita, Hetty en Jacques. Het gezin is in 1951 verhuisd naar Sydney in Australië.

Op 17 mei 1940 overleed Henriette, de vrouw van Salomon.
Op de foto links Henriette en Salomon. Ze is begraven op de joodse begraafplaats in Deventer. 

Salomon kwam op 15 januari 1943 aan in Westerbork en ging op 29 januari 1943 op transport naar Auschwitz, waar hij drie dagen later direct na aankomst werd vergast, tegelijk met zijn pensionhoudster Grietje Zaligman-de Leeuw.