Struikelstenen in Deventer

door Johan van der Veen (1)

Tot zijn deportatie woonde hij aan de Oosterstraat 1.

naam geboren te datum overleden te datum
Johannes (Jo) Rodert                 Deventer             25-10-1910  Soesterberg           19-11-1942 

Familie en jeugd

Jo (Johannes) Rodert werd op 25 oktober 1910 geboren als zoon van Cees (Cornelis) Rodert en Hendrika Johanna van Beest.
Bron foto hieronder: Archief CPN, inv.nr. 155, Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam.
kl Rodert met bronZijn ouders waren op 4 mei van dat jaar in Deventer in het huwelijk getreden. Zijn moeder werd op 19 januari 1889 in Lichtenvoorde geboren als dochter van een spoorwegbeambte. In de periode 1900 – 1907 woonde het gezin in Deventer. In het laatstgenoemde jaar vertrokken ze naar Venlo. Na iets meer dan een maand in Limburg te hebben gewoond, keerde Hendrika als dienstmeisje terug naar Deventer. In januari 1908 ging ze weer naar haar ouders, die intussen naar Utrecht waren verhuisd. In september van dat jaar ging ze opnieuw als dienstbode aan de slag in Deventer. De huwelijksakte vermeldt dat ze op het tijdstip van het huwelijk in Deventer woont, maar kort daarvoor in Utrecht.

De vader van Jo was chocoladewerker van beroep. Op 2 april 1915 kreeg Jo een broertje, Cor (Cornelis). In deze periode woonde het gezin achtereenvolgens op Rielerweg 6, Bierstraatje 6 en Enkstraat 72.

In september 1916 vertrok het gezin naar Groningen. Daar woonden ze eerst op het adres Eerste Drift Gedempte Zuiderdiep 10a. Daarna verhuisden ze naar Helper Weststraat 20. Ook in Groningen werkte Jo’s vader als chocoladewerker. Op 21 augustus 1924 verliet het gezin de stad Groningen om zich in Enkhuizen te vestigen. Daar woonde de familie Rodert achtereenvolgens op Parklaan 2-367, Zuiderspui 4-455 en wederom op Parklaan 2-367. Vader werkte in Enkhuizen als “ondergeschikte” cacaobewerker.

In juli 1926 verhuisden ze naar Grote Haag 4 in Amersfoort. Ook hier was vader cacaobewerker. Mogelijk volgde Jo in Amersfoort een opleiding aan de avondvak- en vaktekenschool.

Op 1 maart 1928 keerde het gezin terug naar Deventer. Het nieuwe adres was Noorderstraat 23. Volgens de gezinskaart was vader zelfstandig winkelier van beroep. Jo staat erop als “ondergeschikte” schilder. Broer Cor was groenteventer. Hij werkte in de groentezaak van zijn vader op Noorderstraat 23a. In de loop van de jaren dertig zou hij bekendheid krijgen als muzikant.

Het jonge gezin

DD 1936 04 20 00004 klJo trouwde op 20 maart 1935 met Riek (Hendrika) Wagenvoort. In de huwelijksakte wordt als beroep van Jo schilder vermeld, zijn vrouw is fabrieksarbeidster. Het jonge paar trok in bij vader, moeder en Cor Rodert op de Noorderstraat.

In oktober 1935 verhuisden ze mee naar het adres Vermeerstraat 1. Op de hoek met de Van der Keesselstraat werd de Eerste Zandweerdsche Groenten- en Fruithal gevestigd. In een advertentie in het Deventer Dagblad van 20 april 1936 deelt vader Rodert vol trots mee dat de winkel telefonisch is aangesloten onder nummer 3697. Foto rechts: bron Deventer Dagblad.

Van juli 1936 tot oktober 1936 woonden Jo en zijn vrouw op Schoutenweg 7, daarna weer enkele maanden op Vermeerstraat 1. In januari 1937 vertrokken ze naar de Polstraat en daar vandaan op 27 december van dat jaar naar het adres Bergschild 23, waar ze bijna een halfjaar samenwoonden met Dick Bannink en zijn gezin. Via de Smedenstraat kwamen ze uiteindelijk terecht op het adres Oosterstraat 1, een huis geschikt voor “dubbele bewoning”, waarin Jo’s schoonouders in augustus 1937 waren gaan wonen. In november 1939 werd hun enige kind, een zoon, geboren. 

Crisis en politiek2)

Jo was in het jaar dat hij trouwde, werkzaam op de vleesfabriek van Anton Hunink. Omdat hij voor zijn rechten opkwam, werd hij bij de eerste de beste gelegenheid ontslagen. Kort daarop ging hij aan het werk bij de firma Van der Lande. Ongetwijfeld wordt hier de Noury en Van der Lande Meelfabriek bedoeld. Ook hier volgde ontslag, toen het wat minder met het bedrijf ging. Wederom speelde mee, dat Jo de belangen van de arbeiders verdedigde.

Stakingspamflet bewerkt2Na dit ontslag kwam Jo terecht in de werkverschaffing. Daar brak vanwege de hongerlonen een staking uit. Het gaat hier om de grote staking van 1937 in de werkverschaffing aan het Twente-Rijnkanaal, waarin de arbeiders uit Deventer een zeer belangrijke rol speelden. Links op de foto het stakingsbiljet Twente-Rijnkanaal, een pamflet dat ten behoeve van de stakers aan het Twente-Rijnkanaal werd verkocht (collectie Johan van der Veen). Jo kreeg steeds meer sympathie voor de CPN en werd lid van de partij. Jo en zijn latere huisgenoot Dick Bannink treffen we aan op een lijst van stakers van augustus. Jo, die in het bezit was van een motor, reisde stad en land af om geld voor de stakers in te zamelen.

Rond die tijd gingen Jo en Dick Bannink regelmatig in het weekeinde naar Utrecht. Ze volgden daar een cursus van de CPN. Dick combineerde deze cursus met worsteltrainingen, waarschijnlijk voor een landelijke selectie. In Utrecht overnachtten ze bij vrienden of familie van Jo. Zo nu en dan ging Riek, de vrouw van Jo, ook mee.(3)                 

kl Rodertmotorclub 2De jonge communisten waren nu politiek geschoold en geschikt als volksvertegenwoordigers. Voor de raadsverkiezingen van 1939 stond Dick Bannink op plaats twee van de kandidatenlijst. Op plaats zes stond J. Rodert. Gezien het feit dat Jo in de voorafgaande periode scholing had gevolgd is het zeer aannemelijk dat het hier om hem gaat en niet om zijn naamgenoot en oom, de sigarenmaker uit de Noorderstraat.

Jo was een verwoed motorliefhebber. Hij was lid van een motorclub, die zijn onderkomen aan de Boxbergerweg had. Er bestaat een foto van deze club waarop Jo zou moeten staan. Helaas maakt de motorkleding het onmogelijk hem te identificeren.(4) Op de foto rechts de Motorclub aan de Boxbergerweg (collectie Huub van Sabben, Deventer).

In 1939 werd Jo in het kader van de mobilisatie opgeroepen. Na de capitulatie verbleef hij een week “in Holland” in krijgsgevangenschap. Omdat hij geen werk had, was hij een tijdlang genoodzaakt om in de Opbouwdienst (5) te werken. Om hier onderuit te komen, ging hij uiteindelijk bij zijn vader in de groentezaak aan de slag.

De illegale CPN

Op 20 juli 1940 werd de CPN door de Duitse autoriteiten verboden. Kort daarna werd er een illegale CPN-groep in Deventer gevormd. Om dit te regelen had de partijleiding een vertrouweling, Geerligs, naar Deventer gezonden. Deze legde onder meer contact met Toon (Anton) Kleinbussink en Dries (Andries) Hendriks. Er zouden cellen van vijf personen gevormd worden, waarbij men vooral een beroep zou doen op minder bekende personen.(6)

Op 23 november 1940 verscheen de eerste illegale Waarheid. De krant kwam tweewekelijks en landelijk uit.(7) Bij het vermenigvuldigen en verspreiden speelde Jo samen met Bé (Berend Jan) Koopman een belangrijke rol.(8)

25 juni 1941

In de vroege ochtend van 25 juni 1941 pakte de gemeentepolitie van Deventer op last van de Duitse autoriteiten 17 “revolutionairen” op.
kl foto blz030 Boek Kamp Schoorl collectie Wil Janssen SchoorlEén van hen was de oom van Jo Rodert, sigarenmaker Johannes Rodert, die op de Noorderstraat 20 woonde. Vanuit Apeldoorn werd eveneens een verdachte van “communistische activiteit” overgebracht en ingesloten. In de loop van de dag werden vier van hen weer vrijgelaten. De overige veertien werden ’s avond om halfzeven door de Ordnungspolizei afgehaald. Hun bestemming was Kamp Schoorl, hier op de foto links (fotocollectie van Wil Jansen, Camperduin).

Deze landelijke actie ging uit van Rauter, de hoogste SS- en politiefunctionaris. In Overijssel berustte de coördinatie bij de Aussenstelle van de SD te Enschede. De arrestaties verliepen betrekkelijk gemakkelijk, omdat de CID (Centrale Inlichtingendienst) al vanaf 1919 lijsten van radicale socialisten en communisten bijhield. De naam Johannes Rodert komt echter op geen van de bewaard gebleven lijsten voor.

De oom van Jo was één van de mannen, die in de loop van de dag werden vrijgelaten. Mogelijk had de gemeentepolitie Deventer op 1 maart 1941 bij het doorgeven van de namen van de leidinggevende leden van de CPN aan de SD te Enschede een fout gemaakt, waardoor niet de jonge communist, die in de jaren dertig op de Noorderstraat had gewoond, werd opgepakt, maar zijn oom die er nog steeds woonde.

De sabotagegroep

Coen Hilbrink schrijft in zijn werk De Ondergrondse dat Toon Kleinbussink en een aantal anderen in de vijfmansgroepen het na de Duitse inval in de Sovjet-Unie over een andere boeg wilden gooien. Zij wilden de bezetter met sabotageacties treffen. Toon kreeg de leiding van een sabotagegroep, waartoe ook zijn zwager Rien Ditzel behoorde. Toen zij naar deze sabotagegroep overstapten, moesten zij hun contacten met Geerligs verbreken. De combinatie van sabotagewerk met andere illegale activiteiten was namelijk te riskant. Voortaan vielen zij onder de landelijke sabotagecentrale van de illegale CPN, die geleid werd door Janrik van Gilse.(9) Ook Jo Rodert trad toe tot de sabotagegroep. Wanneer de sabotagegroep actief werd, is niet exact bekend.(10)

Frans

In de zomer van 1942 verscheen een zekere Frans in Deventer. Frans was de schuilnaam van Cornelis van der Kraats.

Cornelis van der Kraats, geboren op 18 maart 1906 in Rotterdam, was de zoon van een bootwerker. Hij was lid van de Nederlandse Volksmilitie. Deze verzetsgroep was in de loop van 1942 in Rotterdam en omgeving ontstaan. Zij bestond hoofdzakelijk uit leden van de CPN, die nauw samenwerkten met de landelijke sabotagecentrale van deze partij. Leider van deze groep was Samuel Zacharias Dormits.(11)

Van der Kraats was, zo gaf het Feldgericht bij zijn veroordeling aan, één van de eerste en meest naaste medewerkers van Dormits. Hij maakte de chemicus De Jongh, wiens kennis van groot belang was voor het plegen van sabotagedaden, lid van de groep. Verder verrichtte hij koeriersdiensten: hij bezorgde brieven en vervoerde springstoffen en brandbare materialen.

Op 7 augustus pleegde de Nederlandse Volksmilitie een aanslag op een spoorwegviaduct in het centrum van Rotterdam. De aanslag mislukte.(12) Waarschijnlijk stuurde Dormits Van der Kraats na deze aanslag naar Deventer. 

Spoorwegaanslag bij Twello

In Oost-Nederland moest Frans contact opnemen met een zekere Jan in Schaarsbergen en met een zekere Robert en Ton in Deventer.
7Spoorwegaanslag bij Twello klMet hen voerde hij op 23 augustus 1942 een aanslag uit op de spoorbaan ter hoogte van kilometerpaal 11.8 bij Twello. Foto rechts: eerdergenoemde spoorwegaanslag op 23 augustsus, collectie Het Utrechts Archief, catalogusnummer 807703). Ton en Jan schroefden de rails los en bogen deze uit elkaar, terwijl Frans en Robert de wacht hielden. De sabotage werd ‘s morgens omstreeks 8.00 uur ontdekt. Er was toen al een trein over het beschadigde spoor gereden. De aanslag was dus mislukt.

Ton, in het Duits uitgesproken als Toon, slaat op Toon Kleinbussink, die volgens zijn zwager Rien Ditzel een grote sleutel vervaardigde om de rails los te schroeven. Robert is zeer waarschijnlijk een schrijffout in de naam van Jo Rodert.

Begin september stuurde Dormits Frans naar Almelo en Hengelo om daar contact met verzetsgroepen te leggen. Er werden aanslagen op de spoorwegtrajecten Hengelo – Oldenzaal en Hengelo – Almelo besproken. Frans zorgde voor de nodige chemicaliën. Ook hielp hij bij het maken van de houten kistjes voor de springstof. Deze werden tegen de rails gelegd. 

Schakel in een sabotagenetwerk

Met de komst van Frans werd de groep in Deventer een belangrijke schakel in een sabotagenetwerk. Er waren intensieve contacten met de Hazemeijergroep, een sabotagegroep van werknemers van de gelijknamige fabriek in Hengelo, en met de groep rondom Gerrit Jan van ’t Einde in Terwolde, die in de gemeenten Voorst, Olst (Welsum) en Epe branden stichtte.

5Spoorwegaanslag Twello klIn de nacht van 12 op 13 oktober vonder er gecoördineerde acties plaats. Leden van de Hazemeijergroep pleegden bij Hengelo, op het baanvak Hengelo – Oldenzaal tussen de kilometerpalen 16.6 en 16.7, een aanslag. Het projectiel dat door verkeerde bevestiging niet tot ontploffing was gekomen, werd tijdig door een railwachter, een lid van de kort daarvoor ingestelde spoorwegbewaking, ontdekt. Die nacht mislukten er nog twee aanslagen, namelijk bij Twello nabij kilometerpaal 11.8 en bij de onbewaakte overweg Bavinkelsweg tussen Almelo en Borne. Ook hier ontdekten railwachters de explosieven. Foto links: de spoorwegaanslag ter hoogte van kilometerpaal 11.8 bij Twello, op 23 augustus 1942, collectie Het Utrechts Archief, catalogusnummer 807702). 

In Twello brandde op de avond van 12 oktober omstreeks 23.00 uur een hooiberg in een boomgaard langs de rijksweg in Twello af. Hier werd brandstichting vermoed. Was hier sprake van een actie om de aandacht van de spoorwegaanslag bij kilometerpaal 11.8 af te leiden?

Holterman en Ten Hove

In de vroege ochtend van 15 oktober brak er brand uit in de meelfabriek van Holterman en Ten Hove aan het Hartenaasje achter de Zutphenseweg in Deventer. Directeur Ten Hove was lid van de NSB en in het gebouw waren voorraden van de Wehrmacht opgeslagen. Tijdens het onderzoek werden sporen van braak aangetroffen. Het proces verbaal eindigt met de constatering dat het onderzoek nog niet tot opsporing van de daders heeft geleid. 

Op 30 oktober werden Bernard Immerzeel en Anton Siedenburg, studenten van de Middelbare Koloniale Landbouwschool, op verdenking van deze brandstichting aangehouden.

Represailles

Om de spoorwegaanslagen en de golf van brandstichtingen te stoppen, besloten de Duitsers een voorbeeld te stellen. Op 16 oktober werden te Woudenberg twaalf politieke gevangenen en drie gijzelaars gefusilleerd. Onder hen waren vijf Deventenaren: Dick Bannink, Aalbert Jan Gerritsen, William van Ewijk, Daan van der Meulen en Johan Roebers.(13)

Verraden

Intussen had een verrader de SD in Arnhem informatie over de Hazemeijergroep in Hengelo toegespeeld. Hierdoor beschikte de SD over een namenlijst. Rechercheur Post, lid van een speciale aan de SD verwante eenheid ter bestrijding van sabotage en brandstichting, moet deze lijst hebben gekend. Op 15 oktober werd het eerste lid van de groep gearresteerd. Op 23 oktober volgde een groep van meer dan tien personen.

Diezelfde dag werd er bij Toon en Clara thuis een vergadering met iemand van de leiding gehouden. Zij mochten niet bij het eerste deel van de vergadering aanwezig zijn. Daarna werd hen meegedeeld dat zij hun werkzaamheden moesten staken. Frans zou worden vervangen door een zekere Fred of Freek, de schuilnaam van Roel Wolthuis, een communistisch verzetsman uit Amersfoort. Frans vertrok op 25 oktober naar Rotterdam, waar hij in de late avond van 26 oktober werd gearresteerd.(14) Toon Kleinbussink en zijn vrouw werden diezelfde dag, ’s avonds tussen zes en half zeven, aangehouden. Daarna volgden de arrestaties elkaar snel op.(15)

De arrestatie van Jo

De vrouw van Jo Rodert heeft in oktober 1945 een verklaring over de arrestatie van haar man afgelegd: op 29 oktober 1942 omstreeks 10.45 uur verscheen er een auto met drie in burger geklede mannen, die Nederlands spraken. Ze vroegen naar Jo, die ze wilden arresteren. Hoewel ze wist dat haar man in de groentezaak van haar schoonvader was, vertelde ze dat hij groente aan het venten was. Eén man bleef achter, de twee anderen vertrokken. Toen Jo omstreeks 13.00 uur thuiskwam, vielen kort daarop zeven mannen binnen, die hem arresteerden en meenamen. Toen Riek vroeg waarom haar man werd gearresteerd, vertelde één van de mannen, die uit Hengelo afkomstig was, dat het te maken had met sabotage in Hengelo en in de omgeving van Deventer.

Een paar weken later kreeg ze een brief die uit het Huis van Bewaring in Arnhem gesmokkeld was. Jo deelde hierin mee dat hij ter dood veroordeeld was. Pas later vernam ze dat haar man al op donderdag 19 november was gefusilleerd. Zondag 22 november ging ze, nog van niets wetend, naar inspecteur Berends in Arnhem, die een leidende rol in het onderzoek naar de sabotageacties vervulde. Hij nam haar mee naar het Huis van Bewaring en zei, dat ze haar man even mocht zien, als hij daar nog was. Ze gingen er lopend heen. Onderweg vertelde Berends, dat Jo zich er niet meer bevond en waarschijnlijk was overgebracht naar Scheveningen. Volgens de vrouw van Jo wist Berends toen al dat haar man gefusilleerd was.

Het proces en de executie

Het dagrapport van de politie in Deventer meldt dat Johannes Rodert op 29 oktober om 13.00 uur door de Sicherheitspolizei aan de wacht werd gebracht. Om 16.30 werd hij door twee agenten op transport gesteld naar Arnhem, om aan de Sicherheitspolizei te worden voorgeleid. Die nacht verbleef hij voor verhoor in het gebouw van de SD. Op 30 oktober om 19.00 uur werd hij als passant (16) onder nummer 1529 in het register van het Huis van Bewaring ingeschreven.

De Koerier van zaterdag 14 november deed verslag van de rechtszitting tegen de leden van de sabotagegroep. Er stonden zeventien aangeklaagden terecht. Vijftien van hen, waaronder Jo, werden ter dood veroordeeld.

Het al genoemde register van het Huis van Bewaring vermeldt, dat Jo op 13 november 1943 op last van de Sicherheitspolizei werd overgebracht naar Kamp Amersfoort. Hetzelfde gebeurde met zijn kameraden.

Op 19 november werden ze op Soesterberg gefusilleerd.

Op 23 november deelden de Duitse autoriteiten in de pers mee dat de vonnissen waren voltrokken. 

Naar Canada

Na de bevrijding probeerde de familie de draad weer op te pakken. Broer Cor laat in Het Nieuws (editie IJsselgebied) van 22 mei 1945 weten dat hij als geroutineerd accordeonist te engageren is voor bruiloften, partijen en solowerk. In Het Parool (editie IJsselstreek en Veluwe) van 6 juli 1945 plaatsten hij en z’n vader elk een advertentie. De groente- en fruitzaak was weer telefonisch aangesloten onder nummer 3697. Cor was als accordeonist onder hetzelfde nummer bereikbaar.

Jo’s vrouw bleef met een korte onderbreking bij haar ouders op de Oosterstraat wonen. Na de oorlog hertrouwde ze. Begin jaren vijftig vertrok ze met haar man en zoon naar Canada.

Tot slot

In het boekje De 33 van Soesterberg staat dat Johannes Rodert afzonderlijk verzetsactiviteiten had bedreven en niet tot enig groep had behoord.(17) Deze opvatting is hierbij gecorrigeerd: hij is als lid van de sabotagegroep met zijn kameraden gefusilleerd.

© Johan van der Veen 

Noten:

Naast de in de tekst genoemde bronnen is gebruik gemaakt van de volgende bronnen en literatuur:


(1) NL-DvHCO, HCO Stadsarchief Deventer, ID 0724, Burgerlijke stand Deventer, inv.nr. 183 (akte 573);
NL-DvHCO, ID 0724, inv.nr. 312 (akte 53);
Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers, Doetinchem. Toegang 1538 Gemeentebestuur Oost Gelre- akten burgerlijke stand, 1811-1960, inv.nr. 8, 1889 (akte 4);        NL-DvHCO, HCO Stadsarchief Deventer, ID 1414, Bevolkingsregister Deventer, inv.nr. 2680 (blad 95), 2690 (blad 62), 2705 (blad 111); NL-UtHUA, Het Utrechts        Archief. Toegang 1007-2 Gemeentebestuur van Utrecht 1813-1969, deel 2: stukken over afzonderlijke onderwerpen zonder classificatienummers, inv.nr. 7869 (blad 3128), 7874 (blad 4613), 7925 (blad 4139);
NL-DvHCO, ID 0724, inv.nr. 771 (akte 185); NL-DvHCO, ID 1414, inv.nr. 2724 (blad 1);
De Groninger Archieven. Toegang 1399 Gemeentebestuur van Groningen (1), 1816-1916, inv.nr. 6927 (blad 379); Nieuwsblad van het Noorden, 7-9-1922 en 13-12-1923, onder “Gevonden voorwerpen”;
Westfries Archief. Toegang 1701-08 Bevolkingsregisters van de gemeente Enkhuizen, inv.nr. 76 (blad R104);
De Eembode, 10-8-1926; Amersfoortsch Dagblad De Eemlander. 13-4-1927; Adresboek Amersfoort 1928, p. 257, 373;
NL-DvHCO, ID 1414, inv.nr. 391 (gezinskaart Cornelis Rodert);
NL-DvHCO, HCO Stadsarchief Deventer, ID 1415, Woningkaarten Deventer, Diepenveen, Bathmen, inv.nr. 25a (Noorderstraat); Deventer Dagblad, 7-5-1930 (advertentie);
NL-DvHCO, ID 0724, inv.nr. 184 (akte 43);
NL-DvHCO, ID 1414,inv.nr. 326 (gezinskaart Dirk Johan Hendrik Bannink), 391 (gezinskaart Johannes Rodert) en 410 (gezinskaart Wagenvoort); NL-DvHCO, ID 1415, inv.nr. 18c (Van der Keesselstraat), 39a (Vermeerstraat) en 80a (Oosterstraat);
Deventer Dagblad, 17-11-1939, burgerlijke stand 10 t/m. 16 november;
NL-DvHCO, HCO Stadsarchief Deventer, ID 1382, Gemeentebestuur van Deventer II (1930-1950), inv.nr. 1106, met daarin een lijst achter een met de handgeschreven concept brief van 23-8-1937;
Het Volksdagblad, 2 mei 1939. NL-DvHCO, ID 1414,inv.nr. 391 (gezinskaart (oom) Johannes Rodert);
NL-DvHCO, HCO Stadsarchief Deventer, ID 1382, inv.nr. 1427 (20); NL-DvHCO, ID 0759, Politie Gemeente Deventer,nr. 82 (176); Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, Amsterdam, Archief Generalkommissariat für das Sicherheitswesen (Höhere SS- und Polizeiführer Nordwest), inv.nr. 1188;
http://resources.huygens.knaw.nl/rapportencentraleinlichtingendienst;
NL-DvHCO, ID 0759, inv.nr. 81 (60);
Archief CPN, inv.nr. 155, Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam (Johannes Rodert);
Stadsarchief Rotterdam. Toegang 999-01, inv.nr. 1906D, fol. 165v, akte 2904;
NIOD, 077 Archief Generalkommissariat für das Sicherheitswesen, inv.nr. 1196i: Beglaubigte Abschrift Feldkriegsgericht des Kommandierenden Generals und Befehlshabers im Luftgau Holland/ Urteil mit Gründen, van 18-5-1943, p. 1, 1a -1b, 5, 18-23;
NIOD, 100 Archief Procureur Generaal Arnhem, inv.nr. 47, 204 (D 455); Archief CPN, inv.nr. 155, Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam (A. Kleinbussink );
NIOD, 077 Archief Generalkommissariat für das Sicherheitswesen, inv.nr. 1196i: Anklageverfügung und Haftbefehl van 20-3-1943, p. 13. Nationaal Archief, Den Haag, Ministerie van Justitie: Centraal Archief van de Bijzondere Rechtspleging (CABR), nummer toegang 2.09.09, inv.nr. 66410: PV rechtszetting, 23-5-1947, p. 4; PV PRA Deventer/Salland, 7-8-1946, p. 7, 21-23, 33- 34; inv.nr. 97728: PV POD Utrecht-Stad, 1-11-1946;
NIOD, 100 Archief Procureur Generaal Arnhem, inv.nr. 48, 49, 207 (D 521, D 524, D 544), 208 (D 575);
NL-DvHCO, ID 0759, inv.nr. 88 (288, 289); inv.nr. 728-4 (tb53/2; 1942);nr. 728-5 (tb53/4/5; 1942); inv.nr. 663-1 (tb94); NIOD, 100 Archief Procureur-Generaal Arnhem, inv.nr. 50; NL-HaNA, Justitie/CA Bijzondere Rechtspleging, 2.09.09, inv.nr. 66410: PV POD Utrecht-Oost, 1-11-1945, p. 3-7; inv.nr. 66863: PV POD Enschede contra Antonie Berends, p. 9-11, 32, 121-122; Sententie Antonie Berends, 13-10-1948, p.17; Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, Amsterdam, Archief Erelijst van gevallenen, inv.nr. 27 (B.E.L. Immerzeel), 52 (A.W. Siedenburg);
Nationaal Archief, Den Haag, Ministerie van Justitie: Centraal Archief van de Bijzondere Rechtspleging (CABR), nummer toegang 2.09.09, inv.nr. 66545: sententie Gerhard Hendrik Bruggert, 22-10-1947, p. 6; blad “Data die van belang zijn i.z. G.H. Bruggert” van de procureur-fiscaal bij het Bijzonder Gerechtshof te Arnhem;
NL-HaNA, Justitie/CA Bijzondere Rechtspleging, 2.09.09, inv.nr. 66410: PV POD Utrecht-Oost, 1-11-1945, p. 10-13; PV PRA Deventer/Salland, 7-8-1946, p. 33-36; inv.nr. 66863: PV POD Enschede contra Antonie Berends, p. 27-28;
NL-HaNA, Justitie/CA Bijzondere Rechtspleging, 2.09.09, inv.nr. 66863: PV POD Enschede contra Antonie Berends, p. 22-23;
NL-DvHCO, ID 0759, inv.nr. 88 (302);
Gelders Archief, 0258 Gevangenis en Huis van Bewaring te Arnhem, inv.nr. 192 (inschrijfnr. 1529);
De Koerier, 23 november 1942.
(2) Deze paragraaf is gebaseerd op het opgaafformulier voor het gedenkboek der gevallen CPN-kameraden, ingevuld door zijn vrouw, in: Archief CPN, inv.nr. 155, Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam (Johannes Rodert).
(3) Interview met de heer Ton Bannink, zoon van Dirk Johan Hendrik Bannink, op 20-8-2018.
(4) Deze foto bevindt zich in de collectie van Huub van Sabben. Hij kreeg deze foto begin jaren tachtig, toen hij meewerkte aan het boek Deventer 1940-1945, met de mededeling dat Jo Rodert erop stond. De foto is gemaakt aan de Boxbergerweg tegenover bakkerij Wessels. Ik heb het sterke vermoeden dat het onderkomen van de motorclub zich bevond op het adres Boxbergerweg 75. De adresboeken uit 1933 en 1938/39 vermelden: “75 bestaat niet”. Volgens de woningkaart (NL-DvHCO, ID 1415, inv.nr. 7b) bevond zich op dit adres ooit een garage. Volgens gegevens uit het kadaster was het betreffende perceel begin jaren dertig een pakhuis met erf. Een ideaal onderkomen voor een motorclub. Is het dan niet logisch een clubfoto te maken vlak bij de ingang, links op de foto, naar het onderkomen?(5) Werkverschaffingsorganisatie voor werkloze, gedemobiliseerde militairen. Zie W.F.S. Pelt, Vrede door Revolutie. De CPN tijdens het Molotov-Ribbentroppact (1939-1941), ’s-Gravenhage 1990, p. 240.
(6) Hansje Galesloot, Susan Legêne, Partij in het verzet. De CPN in de Tweede Wereldoorlog, Amsterdam, 1986, p. 42-43; Joop Morriën, De leiding van de illegale CPN 1940-1943, Amsterdam, 2001, p. 14.
(7) Partij in het verzet, p. 57.
(8) De leiding van de illegale CPN, p. 14.
(9) Coen Hilbrink, De Ondergrondse. Illegaliteit in Overijssel 1940 – 1945, Den Haag, 1998, p. 137-138.
(10) Zie voor een uitvoering artikel over de sabotagegroep: Johan van der Veen, “Inmiddels brandde het overal in Overijssel” Sabotage en brandstichting in Deventer en omgeving 1942, in Deventer Jaarboek 2019, 60 -71.
(11) Dr. L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog juli ’42- mei ’43, dl. 6, eerste helft, ’s-Gravenhage, 1975, p. 62.
(12) Dr. L. de Jong dl. 6, eerste helft, p. 63.
(13) Dr. L. de Jong dl. 6, eerste helft, p. 74-75.
(14) A.A. Verheij, CPN Verzet in de regio Rotterdam 1940 – 1945, Rotterdam, 1999, p. 206.
(15) Op 22 september 1942 waren al gearresteerd: Cees Lugthart, zijn beide zoons en Willy van der Maten. Zie: NL-HaNA, Justitie/CA Bijzondere Rechtspleging, 2.09.09, inv.nr. 66410: PV POD Utrecht-Oost, 1-11-1945, p. 13; NIOD, 245 Archief Erelijst, inv.nr. 38 (C. Lugthart); inv.nr. 39 (W. van der Maten). Na de arrestatie van Toon en Clara werden nog eens 13 mannen gearresteerd. Zie: NIOD, 245 Archief Erelijst, inv.nr. 2 (K. Bakker); inv.nr. 14 (H.W. Eekhuis, J. Eekhuis, G.J. van ’t Einde); inv.nr. 27 (B.E.L. Immerzeel); inv.nr. 36 (W.J. Lenssen); inv.nr. 42 (G.J. Nieuwenhuis); inv.nr. 48 (J. Rodert); inv.nr. 52 (A.W. Siedenburg); inv.nr. 56 (F.B.C.M. Teelen); inv.nr. 62 (F. de Weerd, W. de Weerd); inv.nr. 63 (G. van Werven).
(16) Een passant is iemand die voor korte tijd opgesloten is, bijvoorbeeld in verband met een vooronderzoek.
(17) J.W. Ooms en B.J. van Os, De 33 van Soesterberg, Zeewolde, 2017 (Bijgewerkte druk), p. 112.