woning HogeH(door Betty Philip en Lex Rutgers)

De leden van deze familie, die tot hun deportatie woonden aan de Hoge Hondstraat 18 waren:

naam geboren te datum overleden te datum
Felix Ephraïm Monasch Den Bosch 09-07-1895 Sobibor 16-07-1943
Helena Evelina (Leni) Monasch- Wolff Elburg 19-08-1895 Sobibor 16-07-1943
Joseph Isaac Barend Monasch Zwolle 13-02-1928 Sobibor 16-07-1943
Caroline Emilie Monasch Deventer 20-01-1936 Sobibor 16-07-1943
         


Vanaf 1934 woonde hier het gezin van Felix Ephraim Monasch en Helena Evelina (Leni) Wolff met hun twee kinderen Joseph Isaac Barend (Jo) en Carolina Emilie (Lineke).

Jonge LeniFelix Ephraim Monasch is geboren in Den Bosch in 1895. Zijn vader Izaak Elias Monasch was oppervoorzanger van de Joodse Gemeente in Den Bosch. Leni Wolff (op foto links) is geboren in 1895 in Elburg. Zij is in 1920 als apothekersassistent gaan werken in Velzen.

Felix en Leni zijn getrouwd in 1926 in Elburg. In 1928 is hun zoon Joseph in Zwolle geboren. Daarna is het gezinnetje verhuisd naar Deventer in de Raamstraat. Adv Joods WeekbladIn 1934 is het gezin Monasch verhuisd naar de Hoge Hondstraat, waar hun dochter Lineke werd geboren in 1936.
Felix werkte als handelsreiziger; hij verkocht diverse drogisterij-producten, maar ook kleding en lederwaren. De advertentie is uit het Joodsch Weekblad van 1941.

Nadat Hitler aan de macht was gekomen in Duitsland in 1933, kwamen er veel Joodse vluchtelingen, waaronder veel kinderen, naar Nederland. Veel daarvan werden opgevangen in het Centraal Israelitisch Wees- en doorgangshuis in Leiden. In Deventer is daar ook een Comité voor opgericht, waar Leni Monasch ook lid van was. Bernhard Spanier, die een damesmodewinkel had in de Kortre Bisschopstraat, was voorzitter van dit Deventer Comité.

Ook was Leni vanaf  1934 lid van de Deventer Vereniging voor Praktisch Palestina-werk. Het doel hiervan was om meisjes voor te bereiden op werk in toenmalig Palestina. 

Tijdens de oorlog was er in Deventer een afdeling van de Joodse Raad in Amsterdam. Felix was daar lid van de Commissie voor Sociale Zorg en Uitzending. Dit betekende vooral voorbereiding op een Joods werkkamp of naar kamp Westerbork.

Aankondiging Zoon meerderjarigZoon Joseph deed in februari 1941 zijn Bar Mitswa, kerkelijke volwassenheid, op zijn 13e jaar, waarmee hij mee kon doen in de diensten in de synagoge. Zijn ouders hadden hiervoor een receptie in de schouwburg georganiseerd.

Joseph zat vanaf 1940 op de HBS.  In oktober 1941 moest hij naar het Joods Lyceum in Zwolle, een maatregel van de bezetter, waar alleen Joodse leerlingen zaten. Lineke zat op de Joodse lagere school in de Assenstraat.

Eind december 1942 moest het gezin Monasch verhuizen naar het getto van Amsterdam en gingen wonen in de Retiefstraat. Daar waren de Joden die daar woonden al weggehaald en zodoende konden Joden uit de provincie daar terecht. Meer gezinnen uit Deventer moesten daar in die straat wonen.

Het gezin Monasch moest bij een laatste razzia op 20 juni 1943 naar kamp Westerbork. Een maand later is het gehele gezin vergast in Sobibor na aankomst op 16 juli 1943.

© Lex Rutgers (EHC)