woning kldoor Jan Schukkink

Tot hun deportatie woonden ze aan de Golstraat 83, nu nummer 27, naast de Synagoge:

 

naam geboren te datum overleden te datum
Benjamin Behr Rotterdam 07-06-1912 Auschwitz 01-12-1943
Marie Behr- Duits Amsterdam 19-02-1910 Auschwitz 27-08-1943
Abraham Behr Deventer 09-03-1938 Auschwitz 27-08-1943
Salomon Behr Deventer 05-06-1939 Auschwitz 27-08-1943
Esther Behr Deventer 04-08-1940 Auschwitz 27-08-1943


11. Benjamin behr 1936Benjamin Behr (op foto links) werd geboren op 7 juni 1912 in Rotterdam. Zijn ouders waren Abraham Behr en Esther de Vries. Zij trouwden in 1911 in Groningen en maakten na hun huwelijk omzwervingen langs onder meer Haarlem en Rotterdam, waar Benjamin werd geboren. Terug in Groningen werd daar hun jongste zoon Jozef in 1914 geboren. Abraham Behr overleed in 1918 op 33-jarige leeftijd.
Jozef verloofde zich met Cato Härtz in juni 1941.

AbrahamenSalomonBenjamin trouwde op 30 april 1937 met Marie Duits, geboren op 19 februari 1910 in Amsterdam.
Haar ouders waren Salomon Duits en Rebecca van Praag. De andere kinderen waren Anna, Clarence en Bernard. Clarence trouwde met Mozes Abrahamson en kreeg twee dochters.

Benjamin en Marie kregen drie kinderen: Abraham (9 maart 1938), Salomon (9 juni 1939) en Esther (9 augustus 1940). Op de foto rechts Abraham met brilletje en Salomon. Waren ze optimistisch over de toekomst met hun voortvarende vorming van hun gezin? Ze lieten zich niet van de wijs brengen door de donkere wolken van het antisemitisme die zich boven Europa samenpakten.

Begonnen in Hoogezand-Sappemeer
De eerste aanstelling van Benjamin was in Hoogezand-Sappemeer. Hij trad er in september 1933 in dienst als onderwijzer, voorzanger en secretaris van de vereniging. In 1936 nam hij er afscheid en maakte de overstap naar Deventer. Hoogezand BenjaminBehrmetbrilinmiddenOp de foto het bestuur van de Joodse gemeente met Benjamin Behr, met bril, staande in het midden. Bij zijn afscheid werd hem de nodige lof toegezwaaid als betrokken bestuurder en doortastend organisator. Hij toonde zich een duizendpoot volgens de lokale krant die verslag deed van het afscheid: "hulde aan de voortreffelijke eigenschappen van den heer Behr, die den koninklijke weg bewandelde, recht op het doel af, energiek, met critische zin, en met de noodige gemoedelijkheid". Overladen met hartelijke woorden en geschenken vertrok hij naar Deventer.

Overstap naar Deventer
In 1936 had Benjamin gereageerd op een advertentie van de joodse gemeente Deventer waarin de vacature van assistent-voorzanger, onderwijzer, sjochet (ritueel slachter) en koster werd bekend gemaakt.
Benjamin trad als godsdienstleraar, voorzanger tijdens de liturgie en lid van het bestuur aan in een roerige periode. Benjamin Behr stond bekend als een stevige man, klein van postuur en met een donkere baard. Hij was een geboren verteller en had een prachtige stem waarmee hij de kerkdiensten leidde.  Zoals een voorganger betaamde, hij leidde niet alleen de godsdienstoefeningen maar was ook iemand die het goede voorbeeld gaf. 
Het antisemitisme in Duitsland nam in de dertiger jaren van de vorige eeuw steeds extremere vormen aan waardoor veel duits-joodse families hun heil in Deventer zochten en vonden. Voor het uitbreken van de oorlog telde de joodse gemeenschap in Deventer ruim 500 leden.
Naar verwachting kwamen daar tussen de 100 en 140 duits-joodse vluchtelingen bij.

Eigen organisaties
Een landelijk Comité voor Bijzondere Joodse Belangen (CBJB) werd in 1933 opgericht. Hieruit kwam het Comité voor Joodse Vluchtelingen (CJV) voort. Benjamin Behr wordt in 1937 de secretaris van de afdeling Deventer. De duizendpoot Behr, onderwijzer en voorzanger, combineerde deze functies met de functie van secretaris van het armbestuur en secretaris van het bestuur van de joodse gemeente Deventer. Zijn vele bemoeienissen blijken ook uit de vele brieven, advertenties en krantenberichten waarin zijn naam voorkomt; hij was de spil in de opvang van vluchtelingen.
brief salarisverhogingDe hulp aan de duits-joodse vluchtelingen werd georganiseerd en bekostigd door de Nederlandse joodse gemeenschap; onderdeel hiervan was de bouw van kamp Westerbork. Tegelijkertijd werden de joden in Nederland steeds armer door de economische teloorgang in de dertiger jaren. En na de Duitse inval waren joodse kooplieden door boycotmaatregelen steeds armer geworden. Dit blijkt ook uit de vele aanvragen van joodse Deventenaren om vermindering van hun kerkbelasting, gericht aan secretaris Behr. Tijdens de bezetting werd het ontnemen van de bestaansmiddelen onderdeel van de vervolging van joden.
Marie Behr-Duits was eveneens actief in de joodse gemeenschap van Deventer. Ze was betrokken bij de vereniging Lesammeiag Hajeleed, een voogdijvereniging voor gehandicapte kinderen uit joodse gezinnen. Ze nam pupillen op in haar gezin dat fungeerde als pleeggezin. Het gezin Behr woonde in één van de huizen naast de synagoge aan de Golstraat. Inmiddels werd in juni 1942 het salaris van Benjamin Behr verhoogd vanwege het overnemen van functies van een overleden onderwijzer, zie de brief rechts.

Toenemende repressie
Na de Februaristaking van 1941 in Amsterdam werd de Joodse Raad voor Amsterdam door de bezetter in het leven geroepen. Het CBJB en het CJV werden door de bezetter ontbonden. De Joodse Raad kreeg de opdracht de tegen de joden gerichte maatregelen uit te voeren. Deventer werd een plaatselijke afdeling van deze raad, Benjamin Behr werd hiervan de secretaris die zich vooral met de opvang van vluchtelingen bezig hield. De nazi-bezetters maakte dit orgaan tot onderdeel van de repressie van de joodse bevolking. Ze brachten daarmee de joodse gemeenschap in het nauw door Ravage in de synagogejoden te registreren, te isoleren, joodse mannen in Nederlandse werkkampen tot dwangarbeid te verplichten en joden te transporteren naar concentratie- en vernietigingskampen in Oost-Europa. Op deze manier werd het duivelse plan om de joodse bevolking te vernietigen uitgevoerd. Veel mensen konden het bestaan van dit plan niet geloven en bleven hopen op betere tijden.
Eén van de dieptepunten van de nazibezetting in Deventer was de vernieling van de inventaris van de kinderfoto201942synagoge in de nacht van 25 op 26 juli 1941 door lokale NSB-ers. Op de foto links de ravage in de vernielde synagoge. Daarvoor waren al de ruiten van winkels van joodse ondernemers ingegooid.

Op 12 of 13 september 1942, tijdens Rosj Hasjana, het joodse nieuwjaarsfeest, is op de binnenplaats van de synagoge een foto gemaakt van 22 joodse kinderen. Bram en Salo staan op deze foto, zitten voor de groep. Het was een zonnige dag, maar niet al te warm, een graad of 14 hooguit. Benjamin Behr zal de sjofar, de ramshoorn volgens de traditie meerdere keren hebben geblazen. Esther was te jong om hierbij te kunnen zijn.

Naar de kampen
In mei 1943 werd het gezin Behr naar Westerbork gestuurd. Westerbork betekende het begin van het einde voor het jonge gezin Behr. Ze waren hier op 24 mei aangekomen vanuit kamp Vught. Hier waren ze op 9 april 1943 vanuit Deventer naar toe gestuurd. In Westerbork had het gezin een Sperre vanwege het werk van Benjamin als godsdienstleraar. Hierdoor konden ze betrekkelijk lang blijven in Westerbork. Benjamin stuurde in juli 1943 vanuit barak 62 in Westerbork nog een kaartje aan de Joodse Raad in Deventer met hartelijke dank voor het ontvangen van een pakket voor de families Bos en Behr. Dit was hun laatste levensteken.

Benjamin Behr en Marie Behr-Duits, Abraham, Salomon en Esther zaten in de trein die op 24 augustus 1943 naar Auschwitz vertrok. Drie dagen later werden Marie en haar drie kinderen in een gaskamer om het leven gebracht. Moeders met hun jonge kinderen hadden geen enkele kans om aan de gaskamer te ontsnappen. Benjamin stierf op 1 december 1943 in Auschwitz; waarschijnlijk had hij enkele maanden dwangarbeid verricht in één van de werkkampen in de omgeving van Auschwitz.

Zijn moeder, Esther Behr - de Vries stierf in september 1942 in Auschwitz. Zijn broer Jozef stierf in 1945 ergens in Midden-Europa; Cato, de verloofde van Jozef, stierf in 1944 in Auschwitz.
De ouders van Marie Behr – Duits, Salomon Duits en Rebecca Duits – van Praag, hun oudste dochter Anna en hun zoon Bernard-Meijer stierven op 4 juni 1943 in Sobibor. Hun dochter Clarence stierf in februari 1945 in Auschwitz, zes weken nadat haar jongste dochter Beppy in hetzelfde kamp was gestorven. Haar oudste dochter Esther wist de oorlog te overleven. Zij was door het oog van de naald gekropen; na de oorlog trouwde ze en kreeg drie dochters.

Er is een kindervorkje, dat Salomon gebruikte, bewaard gebleven. De familie de Vries, beheerder van de synagoge, heeft dit vorkje van Salo bewaard.

De namen van Benjamin, Marie, Abraham, Salomon en Esther zijn opgenomen in Yad Vashem, het holocaust herdenkingsmonument in Jeruzalem.

© Lex Rutgers (EHC)